Afschrift van een officieel besluit van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Afschrift van een officieel besluit van de Gemeente Amsterdam. 8 april 1940 (besluit genomen op 5 april 1940). Burgemeester en Wethouders van Amsterdam (ondertekend door wethouder Kropman en secretaris Van Lier). Den Heer B. Groenteman, Korte Houtstraat 31 III, Amsterdam - Centrum. Stempel linksboven: No 46A / 11 / 4
Groot paars stempel boven: GEMEENTE AMSTERDAM M. 1940 9/4
Handgeschreven notitie rechtsboven: Markten
AFD. L.M.
AMSTERDAM, 8 April 1940.
No. 333 -1940-
BIJLAGEN
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
Stempel schuin: GEZIEN DE INSPECTEUR,
Handgeschreven paraaf door stempel: de Molen(?) ...
Afschrift
Wij deelen U mede, dat wij in onze vergadering van 5 dezer hebben besloten U op grond van diefstal, alsmede het willen doen verkoopen van een partij voor de consumptie afgekeurde visch, met ingang van 16 April 1940 te straffen met intrekking van Uw toegangsbewijs voor de Vischmarkt voor den tijd van twee jaren; met dien verstande, dat van deze straf aanvankelijk een gedeelte ten uitvoer zal worden gebracht.
Aan U kan n.l. op 16 April 1941 wederom toegang tot de Vischmarkt worden verleend. Het overige gedeelte van de straf zal echter onmiddellijk in werking treden, indien U zich vóór 16 April 1942 wederom aan een strafbaar feit op die markt zoudt schuldig maken.
S.
a.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
(get.) Kropman Weth.
de Secretaris,
(get.) VAN LIER.
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris,
Handtekening: Van Lier
Handgeschreven links onder: Vischmarkt ter kennisneming.
Aan
den Heer B.Groenteman
Korte Houtstraat 31 III
A m s t e r d a m - Centrum.
Model G.A. 7
25.000-1-'39 Dit document betreft een disciplinaire maatregel van het Amsterdamse stadsbestuur tegen een markthandelaar. De heer Groenteman wordt voor de duur van twee jaar (tot april 1942) de toegang tot de Vischmarkt ontzegd. De redenen hiervoor zijn tweeledig: diefstal en de poging tot verkoop van vis die ongeschikt was verklaard voor menselijke consumptie.
Interessant is de juridische constructie: de straf wordt feitelijk gehalveerd onder voorwaarde van goed gedrag. Als de betrokkene zich een jaar lang aan de regels houdt, krijgt hij in april 1941 zijn toegang terug. De resterende periode van de straf fungeert dan als een soort proeftijd tot april 1942.
De administratieve verwerking is zichtbaar door de diverse stempels, referentienummers en de handgeschreven notitie onderaan, die aangeeft dat een kopie naar de beheerder van de Vischmarkt is gestuurd voor de handhaving van het verbod. De brief is gedateerd op 8 april 1940, precies één maand voor de Duitse inval in Nederland. Het toont aan dat de gemeentelijke handhaving op de markten en de voedselveiligheid tot kort voor de oorlog strikt werd uitgevoerd.
De ontvanger, B. Groenteman, woonde in de Korte Houtstraat, een straat in de toenmalige Jodenbuurt van Amsterdam (nabij het Waterlooplein). Gezien de naam en de locatie is de kans groot dat deze handelaar van Joodse afkomst was. Dit geeft een wrange bijsmaak aan de looptijd van de straf; terwijl de gemeente hem een voorwaardelijke terugkeer in 1941 in het vooruitzicht stelt, zou de situatie voor Joodse markthandelaren onder de nazi-bezetting in die periode juist drastisch verslechteren door uitsluiting en vervolging.