Ambbtelijke brief/advies.
Origineel
Ambbtelijke brief/advies. 6 mei 1940. Vermoedelijk een gemeentelijke dienst of inspectie (gezien de paraaf "Mr. de Kan" rechtsboven). [Handgeschreven rechtsboven:]
Ex. Mr. de Kan.
[Typoscript:]
VP/HG.
[Handgeschreven:] extra
46A/11/7 M.
1
6 Mei 1940.
Brief van B. Groenteman inzake
ontneming recht van toegang
Vischmarkt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 16 April jl. om advies ontvangen stuk no.333 L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat adressant bij besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 5 April 1940 (No.333 L.M. 1940) is gestraft met intrekking van zijn toegangsbewijs voor de Vischmarkt voor den tijd van twee jaren, waarvan een jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Adressant beweert thans, dat ook twee andere venters, namelijk S.Bril en H.Bleekveld, zich aan de feiten, op grond waarvan hij werd gestraft, zouden hebben schuldig gemaakt. Hij vindt daarin aanleiding te verzoeken, om de hem opgelegde straf ongedaan te maken. Deze redeneering is, naar mijn meening, onjuist. Indien ook anderen zich aan dergelijke feiten zouden hebben schuldig gemaakt, zouden zij op soortgelijke wijze als adressant moeten worden gestraft. Dit is echter geenszins bewezen; bij een dezerzijds gehouden onderzoek is veeleer gebleken, dat adressant alleen de voor de consumptie afgekeurde tongetjes, waaromtrent ik U op 30 Maart jl.(onder No.46A/11/2 M.) rapporteerde, heeft weggenomen. Noch ten aanzien van den venter S.Bril, noch ten aanzien van H.Bleekveld, kon medeplichtigheid worden vastgesteld. Dit document is een ambtelijk advies over een disciplinaire maatregel tegen een marktkoopman.
- De overtreding: B. Groenteman is gestraft omdat hij voor consumptie afgekeurde vis ("tongetjes") heeft weggenomen. Dit werd destijds gezien als een ernstig vergrijp tegen de volksgezondheid.
- De straf: Het College van Burgemeester en Wethouders heeft hem op 5 april 1940 de toegang tot de Vismarkt ontzegd voor een periode van twee jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk.
- Het verweer: Groenteman probeert zijn straf aan te vechten door te wijzen op twee collega-venters, S. Bril en H. Bleekveld, die volgens hem aan dezelfde feiten schuldig zouden zijn. Hij beroept zich hiermee op een vorm van rechtsgelijkheid.
- Het advies: De schrijver adviseert de wethouder om het verzoek van Groenteman af te wijzen. De argumentatie is tweeledig: ten eerste rechtvaardigt de schuld van een ander de eigen fout niet, en ten tweede is uit onderzoek gebleken dat de andere genoemde personen niet betrokken waren. * Historische timing: De datum 6 mei 1940 is zeer opmerkelijk; het is slechts vier dagen voor de Duitse inval in Nederland. De brief laat zien dat het reguliere ambtelijke apparaat tot op het laatste moment bleef functioneren volgens de geldende regels en procedures.
- Locatie en Gemeenschap: De namen B. Groenteman, S. Bril en H. Bleekveld zijn zeer typerend voor de Joodse gemeenschap in Amsterdam (met name de Joodse buurt/marktwezen). Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de ambulante handel en op de markten, zoals de Vismarkt (destijds op het Waterlooplein of de Nieuwmarkt).
- Strenge controle: In de jaren dertig en veertig was er een zeer strenge controle op levensmiddelen. Het verhandelen of wegnemen van afgekeurde waar kon leiden tot zware uitsluiting van de markt, wat voor een venter effectief een beroepsverbod betekende.