Getypte brief / ambtelijk voorstel.
Origineel
Getypte brief / ambtelijk voorstel. 1 April 1940. Waarschijnlijk de directeur van de Gemeentelijke Vischhal (gezien de inhoud). VP/HC .
46A/12/3 M.
[Handgeschreven:] Verzonden 2/4 - '40.
1 April 1940.
Voorstel om A.Groenteman het recht van toegang tot de Vischmarkt te ontnemen.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U afschriften te doen toekomen van op 23 en 29 Maart jl. door den contrôleur G.Huisman van mijn dienst opgemaakte rapporten, waaruit blijkt, dat A.Groenteman, Jodenbreestraat 62 II, zich op vorenvermelde data op de Vischmarkt aan ernstig wangedrag heeft schuldig gemaakt. Groenteman heeft voor het halfjaar, dat op 31 Maart jl. eindigde, geen entréegeld voor de Vischmarkt betaald en hij had daar toen derhalve geen toegang. Ik ben van meening, dat de thans door hem gepleegde feiten strenge bestraffing noodzakelijk maken, weshalve ik hem, ingevolge artikel 14 lid 1 van het Reglement op den afslag in de Gemeente Vischhal op de Vischmarkt heb gestraft met intrekking van zijn toegangsbewijs voor de Vischmarkt voor de periode van 2 tot en met 15 April a.s.
Ik geef U beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat hij, ingevolge het tweede lid van bovenaangehaald artikel, in aansluiting op de dezerzijds opgelegde straf, door Burgemeester en Wethouders wordt gestraft met intrekking van het bedoelde toegangsbewijs voor den tijd van zes maanden, zulks met ingang van 16 April a.s.
Groenteman bezoekt de Vischmarkt slechts zelden; Dit document betreft een disciplinaire maatregel tegen een handelaar, A. Groenteman, woonachtig aan de Jodenbreestraat 62-II te Amsterdam. De aanleiding is tweeledig:
1. Wangedrag: Op 23 en 29 maart 1940 heeft hij zich misdragen op de Vischmarkt, zoals gerapporteerd door controleur G. Huisman.
2. Wanbetaling: Hij had geen entreegeld betaald voor het afgelopen halfjaar en had officieel dus geen toegang tot de markt.
De auteur van de brief heeft reeds een tijdelijke schorsing van twee weken opgelegd (op basis van artikel 14 lid 1 van het marktreglement). Hij verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen echter om bij het college van Burgemeester en Wethouders aan te dringen op een veel zwaardere straf: een ontzegging van de toegang voor zes maanden (op basis van lid 2 van hetzelfde artikel).
De toon van de brief is strikt formeel en bureaucratisch, typerend voor de gemeentelijke administratie in die periode. De datum van de brief, 1 april 1940, is historisch saillant; het is slechts zes weken voor de Duitse inval in Nederland. De locatie van het woonadres, de Jodenbreestraat, bevond zich in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt.
Uit archiefonderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat Abraham Groenteman (geboren in 1899) inderdaad op dit adres woonde. In de context van de naderende bezetting en de daaropvolgende anti-Joodse maatregelen krijgt een dergelijk ambtelijk document over het ontzeggen van economische toegang (de vismarkt) een extra beladen betekenis, ook al lijkt de aanleiding hier nog puur disciplinair en conform de toenmalige geldende marktverordeningen. Het document illustreert hoe nauwgezet de handel en de toegang tot de markten in Amsterdam destijds werden gereguleerd en gecontroleerd.