Archief 745
Inventaris 745-330
Pagina 346
Dossier 44
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notitie of conceptbrief (pagina 3).

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notitie of conceptbrief (pagina 3). 3)
Naast deze aangelegenheid, die op het verleden betrekking heeft en van veel meer belang nog dan deze, is evenwel de vraag, of ~~in de toekomst~~ het registratierecht door den afslag aan de verkoopers (voor zoo ver dezen niet de visschers zijn) moet worden berekend. Indien wordt aangenomen, dat de afslag "openbaar" is in den zin der Registratiewet 1917, zal aan de voorschriften van het K.B. van 4 Mei 1917 (S.384) [marge: boven aangehaalde] moeten worden voldaan, tenzij de Minister termen aanwezig acht voor het bijzondere geval van den Amsterdamsche, gemeentelijken vischafslag, krachtens art. 99 lid 3 der Wet kwijtschelding te verleenen. Ik ben van meening, dat hiervoor zeer sterke motieven kunnen worden aangevoerd.

De Vischafslag van Amsterdam werkt uitsluitend in het algemeen belang. ~~Op dit ten~~ Ten bewijze hiervan diene, dat het gemeente-bedrijf der Vischmarkt, waarvan de afslag verreweg het belangrijkste onderdeel is, ~~jaarlijks een~~ jaarlijks een belangrijken verliespost oplevert (in 1938 f 8234,-; in 1939 f 8212,-). ~~De voornaamste~~ reden, waarom de afslag in stand wordt gehouden is, om vele honderden Amsterdamsche vischventers, die niet kapitaalkrachtig genoeg zijn om in IJmuiden te koopen (waar o.a. een waarborgsom van f 200,- per kooper moet worden gesteld), in staat te stellen zich van visch te voorzien. Zou de afslag verdwijnen, ~~hetgeen op grond van de~~ [marge: is ook wel overwogen] ~~bedrijfsresultaten reeds is overwogen~~, dan zouden de vorenbedoelde vischventers op maatschappelijke steun zijn aangewezen. De afslag heeft dan ook in de eerste plaats een sociale beteekenis, hij ~~is een middel om de vischventers voor een inkomen te laten zorgen en de Gemeente voor nog hoogere lasten voor steunverleening te behoeden~~. De tekst betreft een ambtelijke afweging over de fiscale status van de Amsterdamse visafslag. De kernpunten zijn:
1. Registratierecht: Er is onduidelijkheid of de afslag volgens de Registratiewet 1917 als "openbaar" moet worden beschouwd, wat extra administratieve en financiële lasten met zich meebrengt.
2. Verzoek om vrijstelling: De schrijver pleit voor het aanvragen van kwijtschelding bij de Minister op basis van artikel 99 lid 3.
3. Bedrijfsvoering: Uit de cijfers van 1938 en 1939 blijkt dat de vismarkt verlieslijdend is (ruim 8.000 gulden per jaar).
4. Sociaal argument: De afslag wordt niet om winstbejag aangehouden, maar om honderden arme "vischventers" (straatverkopers) aan werk te helpen. Zij kunnen de hoge waarborgsom van 200 gulden die in de grote afslag van IJmuiden vereist is niet betalen. Zonder de Amsterdamse afslag zouden zij werkloos raken en in de "steun" (bijstand) terechtkomen. Dit document stamt uit een periode (eind jaren '30, begin jaren '40) waarin de Amsterdamse vismarkt onder druk stond door centralisatie van de vishandel in IJmuiden. De stad Amsterdam probeerde haar lokale middenstand te beschermen tegen de economische malaise. De tekst illustreert de spanning tussen strikte wetsuitvoering (fiscale regels) en lokaal sociaal beleid. Het bedrag van 200 gulden waarborgsom was in die tijd voor een kleine zelfstandige een aanzienlijk kapitaal, wat de noodzaak van een lokale, laagdrempelige afslag onderstreept.

Samenvatting

De tekst betreft een ambtelijke afweging over de fiscale status van de Amsterdamse visafslag. De kernpunten zijn:
1. Registratierecht: Er is onduidelijkheid of de afslag volgens de Registratiewet 1917 als "openbaar" moet worden beschouwd, wat extra administratieve en financiële lasten met zich meebrengt.
2. Verzoek om vrijstelling: De schrijver pleit voor het aanvragen van kwijtschelding bij de Minister op basis van artikel 99 lid 3.
3. Bedrijfsvoering: Uit de cijfers van 1938 en 1939 blijkt dat de vismarkt verlieslijdend is (ruim 8.000 gulden per jaar).
4. Sociaal argument: De afslag wordt niet om winstbejag aangehouden, maar om honderden arme "vischventers" (straatverkopers) aan werk te helpen. Zij kunnen de hoge waarborgsom van 200 gulden die in de grote afslag van IJmuiden vereist is niet betalen. Zonder de Amsterdamse afslag zouden zij werkloos raken en in de "steun" (bijstand) terechtkomen.

Historische Context

Dit document stamt uit een periode (eind jaren '30, begin jaren '40) waarin de Amsterdamse vismarkt onder druk stond door centralisatie van de vishandel in IJmuiden. De stad Amsterdam probeerde haar lokale middenstand te beschermen tegen de economische malaise. De tekst illustreert de spanning tussen strikte wetsuitvoering (fiscale regels) en lokaal sociaal beleid. Het bedrag van 200 gulden waarborgsom was in die tijd voor een kleine zelfstandige een aanzienlijk kapitaal, wat de noodzaak van een lokale, laagdrempelige afslag onderstreept.

Kooplieden in dit dossier 100

J. Izaks Waterlooplein 20,91
A. Dotsch Waterlooplein " 1,98
A. Dotsch Waterlooplein " 1,98
Abraham Prins Waterlooplein " -,58
Abraham Prins Waterlooplein " -,58
J. Premsela Waterlooplein 139,75
C. Beek Waterlooplein 23,46
J. Premsela Waterlooplein 605,63
P. Bond Waterlooplein 65,72
J. Premsela Waterlooplein 170,36
W.F. Siebert Waterlooplein 992,67
J. Cohen Nieuwmarkt 892,55
S. Cohen Zwanenburgwal 28,45
C. Puul Waterlooplein " 5,50
C. Puul Waterlooplein " 5,50
D. de Wit Waterlooplein " 18,36
D. de Wit Waterlooplein " 18,36
en Joh. Koning) Waterlooplein 53,24
J. Dotsch Waterlooplein 59,34
A. Dotsch Waterlooplein 328,62
D. den Dulk Waterlooplein 43,90
E. Zwaan Waterlooplein " -,52
J. Ferwerda Waterlooplein 99,45
V.V.Z. Roode Waterlooplein 522,67
F. Tuyp Waterlooplein " -,32
F. Tuyp Waterlooplein " -,32
Geverding (Suppletie) Waterlooplein 1,80
Geverding (Suppletie) Waterlooplein " 1,80
P. Gomes Waterlooplein 5063,71
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). + 2x Veiling + commissionair
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6