Handgeschreven conceptbrief of ambtelijk memorandum.
Origineel
Handgeschreven conceptbrief of ambtelijk memorandum. 14 juni 1920 ("14/6 '20"). 4)
(nieuwe
~~Dat~~ Een heffing van 0,6 % zou ~~den~~
aanvoer in den afslag ~~op de ongunstig~~
beinvloeden, aangezien de verkoopers,
die hun goederen in den afslag zenden,
ongetwijfeld naar andere middelen zullen
zoeken, om deze belasting niet te ~~behoeve~~
te betalen. ~~Het~~ Het is mogelijk, dat zij
een deel hunner visch aan de grossiers, die
op het buitenterrein der markt "uit de
hand" verkoopen, in consignatie zullen
geven; Waarschijnlijker is, dat zij zullen
trachten hun visch elders, buiten de
Vischmarkt - en dus buiten de venters - om,
in Amsterdam, rechtstreeks aan winkeliers
of consumenten te verkoopen. Hierdoor zou de
bestaansmogelijkheid der venters ernstig
worden bedreigd. ~~met alle gevolge~~
~~[onleesbaar doorgehaalde regel]~~
Ik geef U mitsdien beleefd
in overweging aan het Departement
van Financiën te requestreeren, dat
de Vischmarkt, op grond van het bovenstaande van
de heffing van het registratierecht ~~te~~
worden vrijgesteld.
14/6 '20 [Paraaf] * Kernboodschap: De auteur waarschuwt tegen de invoering van een nieuwe belasting van 0,6% (registratierecht) op de visaanvoer bij de afslag. Hij vreest dat dit de officiële handel zal verstoren.
* Argumentatie:
1. Ontwijking: Verkopers zullen de afslag omzeilen om de belasting te ontduiken.
2. Informele handel: Vis zal "uit de hand" worden verkocht aan grossiers op het buitenterrein of direct aan winkeliers en consumenten in de stad.
3. Sociale impact: Deze verschuiving vormt een directe bedreiging voor de "venters" (straatverkopers), die afhankelijk zijn van de gereguleerde markt voor hun inkomen.
* Voorgestelde actie: Een verzoek (request) indienen bij het Departement van Financiën om de Vischmarkt vrij te stellen van dit registratierecht. Dit document stamt uit juni 1920, een periode van economische herijking na de Eerste Wereldoorlog. In Amsterdam was de Centrale Vischmarkt een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening. De vrees voor "beunhazerij" of buitenmarktelijke handel was groot, omdat dit de controle op kwaliteit en prijsvorming bemoeilijkte en de positie van de kleine zelfstandige (de venter) onder onder druk zette. De tekst illustreert de spanning tussen de behoefte van de overheid aan belastingopbrengsten en de kwetsbaarheid van de lokale handelsstructuren. De ambtelijke toon en de verwijzing naar het Departement van Financiën wijzen op een formele poging van het marktbestuur of de gemeente om lokaal economisch belang te beschermen tegen rijksbelastingen.
Samenvatting
- Kernboodschap: De auteur waarschuwt tegen de invoering van een nieuwe belasting van 0,6% (registratierecht) op de visaanvoer bij de afslag. Hij vreest dat dit de officiële handel zal verstoren.
- Argumentatie:
- Ontwijking: Verkopers zullen de afslag omzeilen om de belasting te ontduiken.
- Informele handel: Vis zal "uit de hand" worden verkocht aan grossiers op het buitenterrein of direct aan winkeliers en consumenten in de stad.
- Sociale impact: Deze verschuiving vormt een directe bedreiging voor de "venters" (straatverkopers), die afhankelijk zijn van de gereguleerde markt voor hun inkomen.
- Voorgestelde actie: Een verzoek (request) indienen bij het Departement van Financiën om de Vischmarkt vrij te stellen van dit registratierecht.
Historische Context
Dit document stamt uit juni 1920, een periode van economische herijking na de Eerste Wereldoorlog. In Amsterdam was de Centrale Vischmarkt een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening. De vrees voor "beunhazerij" of buitenmarktelijke handel was groot, omdat dit de controle op kwaliteit en prijsvorming bemoeilijkte en de positie van de kleine zelfstandige (de venter) onder onder druk zette. De tekst illustreert de spanning tussen de behoefte van de overheid aan belastingopbrengsten en de kwetsbaarheid van de lokale handelsstructuren. De ambtelijke toon en de verwijzing naar het Departement van Financiën wijzen op een formele poging van het marktbestuur of de gemeente om lokaal economisch belang te beschermen tegen rijksbelastingen.