Getypte ambtelijke brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (doorslag of kopie). 3 juli 1940. Vermoedelijk de Directie van het Marktwezen of het College van B&W van Amsterdam (gezien de inhoud en het kenmerk). De heer Secretaris-Generaal, waarnemend Hoofd van het Departement van Financiën. [Stempel/Kenmerk:] No 46^A/22/3 M. 1940 5/7 [Handgeschreven:] Marktw.
Amsterdam, 3 Juli 1940.
Afd. L.M. [Handgeschreven onleesbaar]
No. 530 L.M. [Handgeschreven onleesbaar] th Müller
Hierbij hebben wij de eer Uw aandacht voor het volgende te vragen.
Van Gemeentewege wordt hier ter stede een vischafslag gehouden en tot nu toe werd door den Dienst van het Marktwezen waaronder die bedoelde afslag ressorteert, nimmer registratierecht aan de verkoopers in rekening gebracht, omdat de afslag plaats vindt in de hal van de Vischmarkt, welke niet voor het publiek, doch alleen voor aanvoerders en wederverkoopers van visch en hun personeel toegankelijk is. De Inspecteur der Successie en Registratie hier ter stede heeft thans aan den Directeur van het Marktwezen meegedeeld, dat het begrip "openbaar" voor de toepassing der Registratiewet zeer ruim wordt opgevat, en dat naar zijn meening de vischafslag hier ter stede als een verkooping in het openbaar moet worden aangemerkt. In verband hiermede vestigen wij er Uw aandacht op, dat er naar ons oordeel, voorwat den Amsterdamschen Gemeentevischafslag betreft, zeker sterke motieven kunnen worden aangevoerd om krachtens art. 99 lid 3 der voornoemde wet een "bijzonder geval" aanwezig te achten, waarin kwijtschelding van het recht kan worden verleend. De vischafslag van Amsterdam werkt nl. uitsluitend in het algemeen belang. Ten bewijze hiervan diene, dat het gemeente-bedrijf der Vischmarkt, waarvan de afslag verreweg het belangrijkste onderdeel is, jaarlijks een belangrijk verlies oplevert (in 1938 ƒ 8.236.-; in 1939 ƒ 8.212). De belangrijkste reden, waarom de afslag in stand wordt gehouden is, dat daardoor vele honderden Amsterdamsche vischventers, die niet kapitaalkrachtig genoeg zijn om in IJmuiden te koopen (waar o.a. een waarborgsom van ƒ 200.- per kooper moet worden gesteld), in staat worden gesteld zich van visch te voorzien. Zou de afslag verdwijnen, hetgeen op grond van de bedrijfsresultaten reeds is overwogen, dan zouden de vorenbedoelde vischventers op steun zijn aangewezen. De afslag heeft dan ook in de eerste plaats een sociale beteekenis.
Een nieuwe heffing van 0.6% zou den aanvoer in den afslag ongunstig beïnvloeden, aangezien de verkoopers, die hun goederen in den afslag
Aan
den Heer Secretaris-Generaal,
waarnemend Hoofd van het
Departement van Financiën. * Kern van de zaak: Er is een geschil ontstaan tussen de gemeente Amsterdam en de Belastingdienst (Inspecteur der Successie en Registratie) over de status van de visafslag. De Inspecteur wil de afslag als "openbaar" aanmerken, waardoor er registratierecht (belasting) betaald moet worden over de transacties.
* Juridisch argument: De briefschrijver beroept zich op artikel 99 lid 3 van de Registratiewet om kwijtschelding te vragen vanwege een "bijzonder geval".
* Economische onderbouwing: De vismarkt is verlieslatend (ruim 8000 gulden per jaar in 1938-1939). Een extra heffing van 0,6% zou de aanvoer van vis verder in gevaar brengen.
* Sociale context: De afslag vervult een cruciale rol voor arme visventers. In IJmuiden (de grote visafslag) is een waarborgsom van 200 gulden vereist, wat voor hen onbetaalbaar is. De Amsterdamse afslag voorkomt dat deze mensen werkloos raken en een beroep moeten doen op de "steun" (sociale uitkering). Deze brief is geschreven op 3 juli 1940, slechts enkele weken na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. Ondanks de turbulente politieke situatie, toont dit document aan dat de ambtelijke molens en de dagelijkse sociaal-economische zorgen (zoals de exploitatie van de vismarkt en belastinggeschillen) gewoon doorgingen. De vismarkt van Amsterdam bevond zich destijds aan de De Ruyterkade, achter het Centraal Station. Het document geeft een inkijkje in de wijze waarop de gemeente Amsterdam probeerde haar sociale voorzieningen voor de armere klasse (de visventers) te beschermen tegen rijksbelastingen. Secretaris (De heer) Gemeente Amsterdam Marktwezen