Archiefdocument
Origineel
zenden, ongetwijfeld naar andere middelen zullen zoeken om deze belasting
niet te behoeven te betalen. Het is mogelijk, dat zij een deel van hun visch
aan de grossiers, die op het buitenterrein der markt "uit de hand" ver-
koopen, in consignatie zullen geven; waarschijnlijker is, dat zij zullen
trachten hun visch elders, buiten de Vischmarkt - en dus buiten de venters-
om, in Amsterdam, rechtstreeks aan winkeliers of consumenten te verkoopen.
Hierdoor zou de bestaansmogelijkheid der venters ernstig worden bedreigd.
De Inspecteur bovengenoemd heeft ons schriftelijk verzocht aan te ge-
ven, welke personen in 1938 en 1939 en in de eerste maanden van 1940
visch - anders dan die door hen zelf werd gevischt - in den afslag lieten
verkoopen. De bedoeling was, dat de administratie zelf bij deze verkoopers
een navordering van het recht zou indienen en dus niet de Gemeente ter
zake zou belasten. Het is echter voor den Dienst van het Marktwezen on-
doenlijk uit de vele duizenden afslagbriefjes van de laatste jaren uit te
zoeken, wie de eigenlijke verkoopers der verschillende partijen visch zijn
geweest.
Op grond van het bovenstaande geven wij U mitsdien beleefd in over-
weging te willen bevorderen, dat de vischafslag hier ter stede van de hef-
fing van een registratierecht wordt vrijgesteld. Mocht dat onverhoopt niet
geschieden, en zou dus van onze Gemeente over de laatste twee jaren, voor-
afgaande aan 30 Mei 1940, het registratierecht worden gevorderd, dan ver-
zoeken wij U die stappen te willen doen, die er toe leiden, dat in elk geval
voor dien termijn kwijtschelding van recht en boete wordt verleend, aangezien
uiteraard de goede trouw van de Gemeente ten deze vaststaat. Een omvang-
rijke arbeid van den Dienst van het Marktwezen - verbonden aan het uitzoe-
ken der duizenden afslagbriefjes - zou daardoor tevens worden bespaard.
Met belangstelling zien wij Uw antwoord tegemoet.
SL Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
av
(get.) Koopman, Weth.
de Secretaris,
(get.) VAN LIER.
Voor eensluidend afschrift
DE SECRETARIS,
[Handtekening: Van Lier] Dit document is een formele brief van het Amsterdamse stadsbestuur waarin zij pleiten tegen de heffing van een 'registratierecht' op de visafslag. De argumentatie is tweeledig:
- Economisch: Men vreest dat vissers de officiële markt zullen mijden om de belasting te ontduiken. Dit zou leiden tot directe verkoop aan winkels en consumenten, wat de broodwinning van de Amsterdamse visventers in gevaar brengt.
- Administratief: De Belastinginspectie wilde dat de gemeente uitzocht welke verkopers (niet-vissers) in de periode 1938-1940 vis verhandelden om hen direct te kunnen aanslaan. De Dienst van het Marktwezen stelt dat dit handmatig uitzoeken in duizenden bonnetjes ondoenlijk is.
Het bestuur verzoekt daarom om een algehele vrijstelling of, indien dat niet kan, om kwijtschelding van achterstallige rechten en boetes over de afgelopen twee jaar. De brief is geschreven kort na de Duitse inval in mei 1940 (er wordt verwezen naar de datum 30 mei 1940). Het weerspiegelt de bureaucratische realiteit van die tijd: belastingen werden nog strikt gecontroleerd op basis van papieren bewijslast ("afslagbriefjes").
De zorg voor de "bestaansmogelijkheid der venters" toont aan dat het stadsbestuur de kleinschalige straathandel wilde beschermen tegen marktverstoringen door nieuwe belastingregels. De ondertekenaar J.W. van Lier was een prominente figuur binnen het Amsterdamse ambtenarenapparaat; hij bleef secretaris tijdens het begin van de bezetting maar werd later door de Duitsers ontslagen. J.W. van Lier Marktwezen