Administratieve brief / Betalingsverzoek.
Origineel
Administratieve brief / Betalingsverzoek. 14 oktober 1940 (doorgehaald). [Linksboven, handgeschreven:]
4/6 A/22/7 M. 1940
extra
[Rechtsboven, handgeschreven:]
M. Müller [?]
[Gedrukt/Getypt koptekst:]
M A R K T W E Z E N A M S T E R D A M .
=====================================
[Gedrukt/Getypt, doorgehaald:]
~~Amsterdam, 14 October 1940.~~
[Adresblok, gemarkeerd met een groot kruis:]
Aan
den Heer S. Moffie,
Vischhandel,
IJmuiden.
[Hoofdtekst:]
Krachtens artikel 55 der Registratiewet 1917 is door handelaren een registratierecht verschuldigd van 0,5% verhoogd met 20 opcenten van het bedrag hunner verkopen van visch op den afslag. Door bijzondere omstandigheden werd vóór 27 Augustus jl. geen registratierecht op de besommingen in mindering gebracht.
De Inspecteur der Successie en Registratie, daartoe gemachtigd door het Departement van Financien, heeft afgezien van zijn recht tot navordering van verschuldigde registratierechten vóór 1 Juni 1940.
In het tijdvak loopende van 1 Juni tot en met 26 Augustus 1940 werd door U in Uw kwaliteit van handelaar op den afslag op de Vischmarkt alhier visch verkocht tot een totaal bedrag van ~~f 1.796,63.~~ [geparafeerd met een vinkje]
Het door U verschuldigde registratierecht à 6 ‰ bedraagt derhalve ~~f 10,78.~~
Ik noodig U uit het laatstgenoemde bedrag ten spoedigste te voldoen bij den kassier van de Vischmarkt alhier.
Voor eenigszins belangrijke bedragen ben ik bereid met U een regeling voor afbetaling binnen korten termijn te treffen.
De Directeur,
[Linksonder, handgeschreven berekeningen:]
1061.50 11.97
649- 20
1196.63 12.77 Het betreft een vordering van het Marktwezen Amsterdam aan een visexporteur/handelaar uit IJmuiden (S. Moffie). De kern van de brief is de inning van achterstallig "registratierecht" (een vorm van belasting) over de periode juni tot augustus 1940.
Opvallend zijn de volgende punten:
* Doorhalingen: De datum en de geadresseerde zijn doorgestreept, evenals de specifieke bedragen in de tekst. Dit wijst er vaak op dat de brief is geannuleerd, teruggestuurd, of dat de gegevens in het dossier later zijn gecorrigeerd.
* Rekensom: De handgeschreven getallen linksonder lijken een nieuwe berekening te zijn. Het bedrag 1196.63 is lager dan het oorspronkelijk getypte bedrag van 1796.63.
* Berekening: Het tarief van 6 ‰ (promille) komt overeen met de som van 0,5% plus 20% "opcenten" (0,5% + (0,2 * 0,5%) = 0,6%). De brief is gedateerd in oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een puur administratief karakter heeft (belastingheffing op de visafslag), is de context van de geadresseerde van historisch belang.
Samuel Moffie was een bekende Joodse vishandelaar uit IJmuiden. Tijdens de bezetting kregen Joodse ondernemers te maken met steeds strengere beperkingen en uiteindelijk onteigening door de bezetter (via de 'Omnia-Treuhand'). Het feit dat de brief is doorgehaald en zich mogelijk in een Amsterdams archief bevindt, kan erop duiden dat de correspondentie deel uitmaakt van de administratieve afwikkeling of bemoeienis van het Marktwezen met Joodse handelaren die niet langer hun beroep mochten uitoefenen of uit hun functie werden gezet. S. Moffie Marktwezen Omnia