Brief / Handgeschreven correspondentie
Origineel
Brief / Handgeschreven correspondentie 19 oktober 1940 H. de Graaf Lammertszn (Spakenburg/Bunschoten) Niet bij naam genoemd, aangesproken met "M.H." (Mijne Heeren). Er staat een handgeschreven notitie rechtsboven, mogelijk een ambtenaar: "m. Th. Muller". Spakenburg 19 Oct: 1940
m. Th. Muller
M. H.
Met deze wilde ik eenige inlichtingen van U vragen over de brief die op 15 October 1940 bij mij door de deur was gegooid. waarin wordt gesproken dat er 6% registratierecht betaald moet worden dus van de f 44,26 een bedrag van f 2.67. Nu wilde ik U mededeelen, dat voor een goed jaar terug mijn adres was H. de Graaf. Lammertszn Westwal 5. Spakenburg. alsoo dat het tijdvak waar U in de brief over spreekt. mijn adres was H de Graaf Lam:szn. Veenestraat 264 Bunschoten. En dat ik in dit tijdvak van 1 Juni 1940 tot en met 26 Augustus 1940 nooit geen vischje af heb laten slaan. dus ik veronderstel, dat de brief aan een verkeerd adres is verzonden. in de eerste plaats ben ik in dat tijdvak niet in Amsterdam geweest. De schrijver, H. de Graaf (zoon van Lammert), reageert op een aanslag van f 2,67 aan "registratierecht" (6% over een bedrag van f 44,26). De kernpunten van zijn verweer zijn:
1. Onjuiste adressering: Hij wijst op een adreswijziging tussen Spakenburg (Westwal 5) en Bunschoten (Veenestraat 264).
2. Ontkenning van de transactie: Hij stelt dat hij in de betreffende periode (juni tot augustus 1940) "nooit geen vischje af heb laten slaan". In de context van deze vissersplaatsen betekent "afslaan" het verkopen van vis op de afslag (veiling). Hij ontkent dus de commerciële activiteit waarover de belasting is berekend.
3. Afwezigheid: Hij vermeldt expliciet dat hij in die periode niet in Amsterdam is geweest, wat impliceert dat de vordering betrekking had op visverkoop of handelingen in de hoofdstad. * Tijdsbeeld: De brief is geschreven in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie liep de civiele administratie en belastingheffing gewoon door.
* Visserijcultuur: Spakenburg en Bunschoten waren (en zijn) nauw verbonden met de visserij. Het gebruik van specifieke termen zoals "vischje af laten slaan" getuigt van de lokale beroepspraktijk.
* Taalgebruik: Het gebruik van de dubbele ontkenning ("nooit geen") was in die tijd en in lokale dialecten gebruikelijk, hoewel het in modern Standaardnederlands als foutief wordt gezien. Het geeft het document een authentiek, volks karakter. H.
Samenvatting
De schrijver, H. de Graaf (zoon van Lammert), reageert op een aanslag van f 2,67 aan "registratierecht" (6% over een bedrag van f 44,26). De kernpunten van zijn verweer zijn:
1. Onjuiste adressering: Hij wijst op een adreswijziging tussen Spakenburg (Westwal 5) en Bunschoten (Veenestraat 264).
2. Ontkenning van de transactie: Hij stelt dat hij in de betreffende periode (juni tot augustus 1940) "nooit geen vischje af heb laten slaan". In de context van deze vissersplaatsen betekent "afslaan" het verkopen van vis op de afslag (veiling). Hij ontkent dus de commerciële activiteit waarover de belasting is berekend.
3. Afwezigheid: Hij vermeldt expliciet dat hij in die periode niet in Amsterdam is geweest, wat impliceert dat de vordering betrekking had op visverkoop of handelingen in de hoofdstad.
Historische Context
- Tijdsbeeld: De brief is geschreven in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie liep de civiele administratie en belastingheffing gewoon door.
- Visserijcultuur: Spakenburg en Bunschoten waren (en zijn) nauw verbonden met de visserij. Het gebruik van specifieke termen zoals "vischje af laten slaan" getuigt van de lokale beroepspraktijk.
- Taalgebruik: Het gebruik van de dubbele ontkenning ("nooit geen") was in die tijd en in lokale dialecten gebruikelijk, hoewel het in modern Standaardnederlands als foutief wordt gezien. Het geeft het document een authentiek, volks karakter.