Archiefdocument
Origineel
6 januari 1941. Directie van het Marktwezen, Amsterdam. N.V. Keizer’s Fruithandel, Centrale Markt H 28, Amsterdam-West. [Handgeschreven bovenaan:] Verzonden 6/1/41
No.66/25/2 M.1940 6 Januari 1941.
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
Amsterdam-West,
Jan van Galenstraat 14,
N.V. Keizer’s Fruithandel,
Centrale Markt H 28,
Amsterdam-West.
Aan
In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcon-
tract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centra-
le Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat,
ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek re-
paratiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw reke-
ning zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat ar-
tikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondi-
gingen te Uwen behoeve of ten behoeve van derden aan of op het ge-
huurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelie-
ve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord
of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.
De Directeur, De brief is een formele administratieve kennisgeving van de Directie van het Marktwezen in Amsterdam aan N.V. Keizer's Fruithandel. Het hoofddoel is het toesturen van een officieel geregistreerd huurcontract voor een pakhuisruimte (afdeling H 28) op de Centrale Markt.
De afzender wijst de huurder expliciet op twee contractuele en wettelijke plichten:
1. Onderhoud: De huurder is volgens de wet verantwoordelijk voor kleine dagelijkse reparaties (zoals ruiten en sloten).
2. Reclamevoering: Er mogen geen borden of advertenties worden geplaatst zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de directie.
De brief is getypt, wat wijst op een gestandaardiseerd proces binnen de gemeentelijke bureaucratie. De handgeschreven aantekening bovenaan diende waarschijnlijk voor het archiefbeheer om de verzending te bevestigen. Dit document stamt uit januari 1941, een periode waarin Nederland ruim een half jaar bezet was door nazi-Duitsland. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was destijds de spil van de voedselvoorziening in Amsterdam. Ondanks de oorlog gingen reguliere zakelijke transacties en de gemeentelijke administratie van de markt in eerste instantie op de oude voet door.
De verwijzing naar Artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek (onder het destijds geldende oude wetboek) bevestigt de juridische kaders voor de kostenverdeling tussen verhuurder en huurder bij onderhoud.
De strikte regels omtrent reclame en aankondigingen (artikel 8 van het contract) waren gebruikelijk om de orde en eenvormigheid op het marktterrein te bewaren, maar kregen in oorlogstijd een extra laag van belang, aangezien de bezetter en de gemeente volledige controle wilden behouden over alle publieke uitingen en plakaten. N.V. Keizer Marktwezen