Handgeschreven zakelijke brief.
Origineel
Handgeschreven zakelijke brief. 14 december 1940. J. Stijstenbrink, Molukkenstraat 54, Amsterdam. Directeur van de Centrale Markthallen, Amsterdam. № 66/26/1 M.1940 16/12
A. dam 14 Dec 1940
Aan de Directeur der Centrale
Markthalle
M.H. Hierbij wil ik u be-
richten als dat ik nog het
verschuldigde bedrag groot f 7.50
nog moet betalen. [Aantekening: het was 3.50]
M.H. Zoo als u wel zou weten
ben ik over gegaan tot Maatschap-
pelijke steun Zoo doende kan
ik het bovengenoemd bedrag niet
betalen,
Nu vraag ik u beleefd of
ik het bedrag weer mag betalen
als ik het voorjaar weer naar
de Markthalle kom.
Ik hoop dat ik een gunstig
antwoord van u krijg
En zou ik een enkele keer naar
mijn broer M Stijstenbrink heen
moge gaan als ik hen noodzakelijk
moet hebbe?
Hoogachtend
J. Stijstenbrink . Molukst 54 De brief is een verzoekschrift van J. Stijstenbrink aan de directie van de Centrale Markthallen. De kern van het schrijven is een betalingsregeling: de schrijver heeft een schuld van 7,50 gulden (mogelijk later gecorrigeerd naar 3,50 gulden), maar is door financiële nood aangewezen op de 'Maatschappelijke steun' (de toenmalige sociale bijstand). Hij verzoekt om uitstel van betaling tot het voorjaar, wanneer hij blijkbaar weer inkomsten verwacht uit activiteiten op de markt.
Opvallend is de laatste vraag waarin hij toestemming vraagt om zijn broer (M. Stijstenbrink) te bezoeken "als ik hen noodzakelijk moet hebbe". Dit suggereert dat de toegang tot het terrein van de Markthallen of de communicatie tussen handelaren gereguleerd was, en hij een uitzondering of pasje nodig had. De toon is nederig en beleefd, kenmerkend voor correspondentie van burgers naar autoriteiten in die periode. De brief dateert uit december 1940, de eerste winter van de Duitse bezetting in Nederland. De Centrale Markthallen in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) waren van vitaal belang voor de voedseldistributie. Tijdens de bezetting werd de economische situatie voor veel kleine handelaren precair, wat de aanvraag voor maatschappelijke steun verklaart. De genoemde Molukkenstraat 54 ligt in de Amsterdamse Indische Buurt, een wijk waar veel marktkooplieden en arbeiders woonden. De administratieve stempels en parafen tonen aan dat dergelijke kleine schuldenkwesties formeel werden gearchiveerd en afgehandeld door de gemeentelijke marktorganisatie. H. Brouwer J. Stijstenbrink M. Stijstenbrink M.H. Hierbij M.H. Zoo
Samenvatting
De brief is een verzoekschrift van J. Stijstenbrink aan de directie van de Centrale Markthallen. De kern van het schrijven is een betalingsregeling: de schrijver heeft een schuld van 7,50 gulden (mogelijk later gecorrigeerd naar 3,50 gulden), maar is door financiële nood aangewezen op de 'Maatschappelijke steun' (de toenmalige sociale bijstand). Hij verzoekt om uitstel van betaling tot het voorjaar, wanneer hij blijkbaar weer inkomsten verwacht uit activiteiten op de markt.
Opvallend is de laatste vraag waarin hij toestemming vraagt om zijn broer (M. Stijstenbrink) te bezoeken "als ik hen noodzakelijk moet hebbe". Dit suggereert dat de toegang tot het terrein van de Markthallen of de communicatie tussen handelaren gereguleerd was, en hij een uitzondering of pasje nodig had. De toon is nederig en beleefd, kenmerkend voor correspondentie van burgers naar autoriteiten in die periode.
Historische Context
De brief dateert uit december 1940, de eerste winter van de Duitse bezetting in Nederland. De Centrale Markthallen in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) waren van vitaal belang voor de voedseldistributie. Tijdens de bezetting werd de economische situatie voor veel kleine handelaren precair, wat de aanvraag voor maatschappelijke steun verklaart. De genoemde Molukkenstraat 54 ligt in de Amsterdamse Indische Buurt, een wijk waar veel marktkooplieden en arbeiders woonden. De administratieve stempels en parafen tonen aan dat dergelijke kleine schuldenkwesties formeel werden gearchiveerd en afgehandeld door de gemeentelijke marktorganisatie.