Ambtelijke brief/memo.
Origineel
Ambtelijke brief/memo. 18 december 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst). [Rechtsboven handgeschreven aantekening/handtekening, mogelijk: A. Müller]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
69/7/1 M 2 18 December 1940.
In bylage dezes heb ik de eer U een contract in duplo
te doen geworden ten name van H.A.Veringa, betreffende huur
van winkel Jan van Galenstraat no.20 in het entréegebouw der
Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken de onderteekening van dit
contract door den Heer Burgemeester te willen bevorderen en my
het daarna te doen retourneeren; dezerzyds kan dan voor registr-
tie worden zorggedragen.
De Directeur, De brief is een formeel verzoek van de directeur van een gemeentelijke instantie aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de zaak is de afhandeling van een huurcontract voor een winkelpand aan de Jan van Galenstraat 20, gelegen in het entreegebouw van de Centrale Markt in Amsterdam. De huurder is een zekere H.A. Veringa.
De directeur verzoekt de wethouder om ervoor te zorgen dat de burgemeester het contract (dat in tweevoud is bijgevoegd) ondertekent. Zodra het getekende document terug is, zal de administratie van de directeur zorgen voor de verdere registratie. De toon is uiterst hoffelijk en ambtelijk ("heb ik de eer", "ik moge U beleefd verzoeken"), passend bij de hiërarchische verhoudingen binnen het gemeentebestuur van die tijd. Dit document stamt uit december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam waren op dat moment het kloppende hart van de voedseldistributie in de stad.
In deze periode was de Wethouder voor de Levensmiddelen (destijds Wim de Dreu) een cruciale figuur, aangezien de schaarste toenam en de distributie van voedsel steeds strenger gereguleerd werd. Hoewel de bezetting al gaande was, draaide de reguliere gemeentelijke bureaucratie – zoals het verhuren van winkelpanden – in deze fase nog grotendeels op de oude voet door. De burgemeester die genoemd wordt, was op dat moment nog Willem de Vlugt, die begin 1941 door de bezetter uit zijn ambt zou worden gezet. Het document illustreert de dagelijkse administratieve gang van zaken rondom de Amsterdamse voedselvoorziening in oorlogstijd.