Getypte brief (afschrift)
Origineel
Getypte brief (afschrift) 20 september 1940 Amsterdamsche Korfbalbond A.K.B. Burgemeester en Wethouders van Amsterdam No.70/974 M.1940 AFSCHRIFT.
No.813 L.M.1940.
AMSTERDAMSCHE KORFBALBOND
A.K.B.
Amsterdam, 20 September 1940.
Aan Burgemeester en Wethouders
van Amsterdam.
Edel Achtbare Heeren,
Op 7 September 1940 mochten eenige leden van het Dagelijksche Bestuur van den Amsterdamsche Korfbal Bond aan den E.A.Heer Mr.G.C.J.D.Kropman, Wethouder van Onderwijs uitéénzetten de moeilijkheden, die de korfbalvereenigingen ondervinden, als gevolg van de betegeling van de terreinen der speeltuinvereenigingen en de bezetting van eenige terreinen door de Duitsche overheid.
Op verzoek van den Wethouder heeft de Heer Inspecteur voor de Lichamelijke Opvoeding, zich in verbinding gesteld met den Directeur van het Marktwezen, teneinde onder het oog te zien de mogelijkheid van beschikbaarstelling van een terrein gelegen aan den Haarlemmerweg, onderdeel van het markthallencomplex.
Als gevolg van deze bespreking heeft daarna een bespreking plaats gevonden tusschen de heeren C.F.Sixma en Mr.A.van Praag, namens den Directeur van het Marktwezen en eenige bestuursleden van onzen Bond.
Dit overleg had tot resultaat, dat een zeer geschikte oplossing voor onze moeilijkheden in Amsterdam-West kon worden gevonden.
Het terreingedeelte grenzende aan de Haarlemmerweg bleek minder voor onze doeleinden geschikt, terwijl de Directeur van het Marktwezen eenige bezwaren had tegen het afstaan van dit gedeelte.
Echter bleek een gedeelte van het Markthallen-complex, gelegen nabij de 1e Keucheniusstraat en van Hogendorpstraat, ter grootte van ongeveer 1 ha. voor ons doel uitstekend geschikt terwijl de Directeur van het Marktwezen tegen beschikbaarstelling daarvan, gedurende de zomeravonden, den Zaterdagmiddag en de Zondagen, geen bezwaar bleek te hebben.
Dit terrein is tevens in gebruik bij de bereden politie als oefenterrein, doch ook de politie heeft ~~tegen~~ geen enkel bezwaar tegen verhuring van het terrein aan onzen Bond. De politie zal derhalve het veld blijven gebruiken als tot nu toe het geval is, terwijl wij ons gaarne bereid verklaren, om, indien de polittie een enkele keer het terrein noodig heeft op één der voor ons gereserveerde dagen, onze medewerking te verleenen.
De ons opgegeven huurprijs van f 250,- per ha. per jaar is geen bezwaar.
Deze oplossing heeft ook de instemming van den Heer Inspecteur voor de Lichamelijke Opvoeding.
Wij verzoeken U ons het bovenbedoeld terrein wel in huur te willen afstaan op nader door U vast te stellen voorwaarden.
Wij veroorloven ons de medewerking van Uw College in te roepen, opdat het terrein zoo spoedig mogelijk te onzer beschikking worde gesteld, daar onze competitiewedstrijden bereids een aanvang hebben genomen en eenige ver-eenigingen, bij gebreke aan terrein, geen wedstrijden kunnen spelen.
Met de meeste hoogachting,
van U.E.A.de dw.dr.
w.g.onleesbaar.
Voorzitter A.K.B. * **Probleemstelling:** De Amsterdamse korfbalverenigingen kampen met een ernstig tekort aan sportvelden. Dit komt enerzijds door het betegelen van speeltuinterreinen en anderzijds doordat de Duitse bezetter diverse sportvelden in beslag heeft genomen.
- Voorgestelde Locatie: Een terrein van circa 1 hectare bij het Markthallen-complex (nabij de 1e Keucheniusstraat en de Van Hogendorpstraat) in Amsterdam-West.
- Gebruikersovereenkomst: Het terrein zal gedeeld worden met de bereden politie. De korfbalbond mag er op zomeravonden en in de weekenden gebruik van maken.
- Financiën: De bond gaat akkoord met een huurprijs van 250 gulden per hectare per jaar.
- Urgentie: De competitie is al begonnen en sommige clubs kunnen hun wedstrijden niet spelen door het gebrek aan ruimte. Dit document stamt uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (september 1940). Het werpt licht op de directe impact van de bezetting op het dagelijks leven en de vrijetijdsbesteding van Amsterdammers. Veel openbare ruimtes en sportvelden werden door de Wehrmacht gevorderd voor militair gebruik (zoals inkwartiering of opslag), waardoor sportbonden naarstig op zoek moesten naar alternatieve locaties.
De brief illustreert tevens de ambtelijke gang van zaken in die tijd: er vindt overleg plaats tussen verschillende gemeentelijke diensten (Onderwijs, Lichamelijke Opvoeding, Marktwezen en de Politie). Opvallend is dat de sportbond bereid is het veld te delen met de bereden politie, wat de schaarste aan beschikbare grond in de stad benadrukt. De genoemde wethouder Kropman bleef gedurende een deel van de oorlog in functie, tot hij in 1941 door de bezetter werd ontslagen.