Getypte brief of ambtelijk memorandum (eindpagina).
Origineel
Getypte brief of ambtelijk memorandum (eindpagina). De Directeur van Publieke Werken. my aanbevolen, Uw meening hieromtrent te vernemen.
Het terreingedeelte aan de Marnixstraat, dat aanvankelyk voor de bodediensten is gedacht, heeft een oppervlakte van 5.000 à 6.000 m2. Deze oppervlakte is feitelyk reeds te klein.
TB
De Directeur P.W.,
[Handtekening] Het document is de afsluiting van een ambtelijk advies of rapportage betreffende stedelijke planning in Amsterdam. De kern van deze passage is de ontoereikendheid van een gereserveerd terrein aan de Marnixstraat. De Directeur van Publieke Werken stelt vast dat de geplande 5.000 tot 6.000 vierkante meter voor de 'bodediensten' (goederenvervoer en distributie) op dat moment al te klein is.
De spelling is kenmerkend voor het begin van de 20e eeuw, met woorden als "meening", "aanvankelyk" en "feitelyk". De initialen "TB" linksonder de tekst verwijzen waarschijnlijk naar de typist of zijn een interne referentiecode. De handgeschreven handtekening is die van de toenmalige directeur van PW (mogelijk A.W. Bos of een opvolger, afhankelijk van de exacte datum). De Marnixstraat in Amsterdam speelde een cruciale rol in de logistiek van de stad. Aan het begin van de 20e eeuw groeide de stad explosief en daarmee ook de behoefte aan centrale locaties voor bodediensten — de voorlopers van de huidige pakket- en distributiediensten, destijds vaak nog met paard en wagen uitgevoerd.
De Dienst der Publieke Werken was verantwoordelijk voor de inrichting van de stad. Uit de tekst blijkt een spanning tussen de initiële planning en de realiteit van de stedelijke groei: de gereserveerde ruimte bleek nog voor ingebruikname al onvoldoende. Op de achterzijde van het papier (doorslag) zijn termen zichtbaar als "Amsterdamsche" en "bodediensten", wat bevestigt dat dit een intern stuk is over de herstructurering van het stadsvervoer, mogelijk in verband met de verplaatsing van diensten uit de overvolle binnenstad naar de rand van het toenmalige centrum. A.W. Bos Publieke Werken
Samenvatting
Het document is de afsluiting van een ambtelijk advies of rapportage betreffende stedelijke planning in Amsterdam. De kern van deze passage is de ontoereikendheid van een gereserveerd terrein aan de Marnixstraat. De Directeur van Publieke Werken stelt vast dat de geplande 5.000 tot 6.000 vierkante meter voor de 'bodediensten' (goederenvervoer en distributie) op dat moment al te klein is.
De spelling is kenmerkend voor het begin van de 20e eeuw, met woorden als "meening", "aanvankelyk" en "feitelyk". De initialen "TB" linksonder de tekst verwijzen waarschijnlijk naar de typist of zijn een interne referentiecode. De handgeschreven handtekening is die van de toenmalige directeur van PW (mogelijk A.W. Bos of een opvolger, afhankelijk van de exacte datum).
Historische Context
De Marnixstraat in Amsterdam speelde een cruciale rol in de logistiek van de stad. Aan het begin van de 20e eeuw groeide de stad explosief en daarmee ook de behoefte aan centrale locaties voor bodediensten — de voorlopers van de huidige pakket- en distributiediensten, destijds vaak nog met paard en wagen uitgevoerd.
De Dienst der Publieke Werken was verantwoordelijk voor de inrichting van de stad. Uit de tekst blijkt een spanning tussen de initiële planning en de realiteit van de stedelijke groei: de gereserveerde ruimte bleek nog voor ingebruikname al onvoldoende. Op de achterzijde van het papier (doorslag) zijn termen zichtbaar als "Amsterdamsche" en "bodediensten", wat bevestigt dat dit een intern stuk is over de herstructurering van het stadsvervoer, mogelijk in verband met de verplaatsing van diensten uit de overvolle binnenstad naar de rand van het toenmalige centrum.