Getypte ambtelijke brief.
Origineel
Getypte ambtelijke brief. 10 december 1940. vD/HG. extra
70/13/2 M.
10 December 1940.
Bodediensten op
Centrale Markt.
den Heer Directeur
der Publieke Werken,
Raadhuis,
A l h i e r .
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 27 November jl. No.Grb.3991/Doss. IIIn heb ik de eer U, terzake van het vestigen der bodediensten op het terrein der Centrale Markt, het volgende te berichten.
I. Vestiging op het terrein der Centrale Markt.
Op de Centrale Markt is, voor zoover het bestrate gedeelte betreft, dat vrijwel geheel voor het marktverkeer wordt gebruikt, geen terrein van de grootte, als in Uw brief is aangegeven, beschikbaar.
Van de onbestrate gedeelten van het marktterrein, voor zoover deze als het ware zijn opgesloten binnen de bestratingen, heeft alleen het grasveld aan de Zuidzijde van de hal wellicht voldoende grootte namelijk 8000 m2. Ik moet echter tegen het vestigen van bodediensten op dit terrein op grond van het navolgende zeer ernstig bezwaar maken.
De contrôle op de marktbezoekers, de voertuigen, die ter markt komen en de op de markt opgeslagen goederen, zou ernstig worden bemoeilijkt, indien de bodediensten en het daaraan verbonden personeel tot het marktterrein zouden moeten worden toegelaten. Wellicht zou zelfs het publiek, dat van deze diensten gebruik maakt, toegang tot het terrein moeten hebben! Het is voorts de vraag, of de bodediensten zich zullen kunnen onderwerpen aan de bepalingen ten aanzien van de uren van toelating tot de markt, welke bepalingen als ordemaatregelen zijn getroffen en die geheel op de belangen der markt zijn ingesteld.
Het zal verder wellicht noodig zijn, dat de bodediensten kantoortjes vestigen met een bergruimte, daar niet is aan te nemen, dat zij hun bedrijf in den open lucht kunnen uitoefenen. De belangen van het marktbedrijf zouden dan ernstig in het gedrang komen. * Kernboodschap: De schrijver adviseert negatief over het plan om bodediensten (particuliere transporteurs) te huisvesten op het terrein van de Centrale Markt.
* Argumentatie:
1. Ruimtegebrek: Er is geen geschikte bestrate ruimte beschikbaar. Het enige onbestrate terrein (8000 m2 grasveld) wordt ongeschikt geacht.
2. Toezicht en Veiligheid: De aanwezigheid van bodediensten en hun klanten zou de strikte toegangscontrole en bewaking van opgeslagen goederen ondermijnen.
3. Regelgeving: De commerciële tijden van bodediensten botsen waarschijnlijk met de specifieke openingstijden en orderegels van de markt.
4. Infrastructuur: De noodzaak voor permanente bebouwing (kantoortjes en opslag) wordt als hinderlijk beschouwd voor de primaire marktfunctie.
* Taalgebruik: Formeel en afstandelijk ("ik heb de eer U... te berichten", "zeer ernstig bezwaar"). De uitroeptekens bij de passage over de mogelijke toegang van het publiek benadrukken de onrust bij de schrijver over veiligheidsrisico's. * Historische periode: De brief dateert van december 1940, kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedseldistributie en de controle op goederenstromen via centrale markten van cruciaal belang.
* Locatie: Hoewel de stad niet expliciet wordt genoemd, wijst de term "Centrale Markt" en "Raadhuis, Alhier" in de context van de Nederlandse administratieve geschiedenis vaak op Amsterdam (de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat).
* Logistiek: Bodediensten waren destijds de voorlopers van moderne koeriers- en pakketdiensten. Zij verzorgden het transport tussen steden en dorpen. De discussie in de brief illustreert de spanning tussen de behoefte aan logistieke ruimte en de noodzaak om afgesloten handelsgebieden (zoals de markt) beheersbaar te houden onder de toenemende druk van regels en schaarste tijdens de oorlog.