Ambtsverslag / Rapportage van een controleur
Origineel
Ambtsverslag / Rapportage van een controleur 3 januari 1940 (met eerdere aantekeningen van dec 1939) Controleur J.J.M. Bekkering De Heer Inspecteur (vermoedelijk van de Marktendienst of Politie) [Links boven, met potlood/pen later toegevoegd:]
de Leeuw ernstig onderhouden –
zal geen last meer veroorzaken
[Rode ronde stempel:]
Gvb
5-1-40
[Geparafeerd]
[Paarse stempels links:]
Nº 72 / 2
M. 1940
[Rechts boven, handgeschreven notities:]
Oproepen
a.s. Woensdag
27-12-39
deller[?]
22-12-39
opgeroepen
31/1 40
[Hoofdtekst:]
3-1-’40
Deliser[?]
Hr. Inspecteur.
Bij contrôle in Zuid op Vrijdag jl: 22 Dec: 39.
ontmoette ik de ventvergunning: houder J. de Leeuw. Tugelaweg 86 II.
Serie 14-118. Deze persoon die een ventvergunning voor
den verkoop van haring en zuur in het stadsdeel West bezit,
bediende in Zuid eenige vaste klanten met zuurwaren.
Toen ik hem genaderd was zeide hij ‘zoo! ik
heb gisteren vijf gulden voor jou moeten betalen en je
wordt bedankt hoor. Hierop antwoordde ik hem dat hij
zich zelf maar moest bedanken. Daarna voegde hij me
het volgende toe; je had beter conducteur kunnen
blijven en ik wou maar dat ik jou eens in het burger
kon ontmoeten dan zou je wat anders zien. Ik moet
toch zeker eten met me kindern.
Nu is deze persoon op 10 Aug: jl: het laatst
door mij geverbaliseerd voor het venten in Zuid met
aard: gr: fruit maar had er daar zeker wel 10 verdiend
indien er speciaal op hem geloopen was want ik heb nog
speciaal een klacht voor hem ingestuurd. Aangezien
deze persoon altijd brutale praatjes heeft en nu dit
bovengenoemde was, zoo wilde ik U. beleefd verzoeke
deze persoon eens bij U te ontbieden zoodat hem dan de
pen eens op zijn neus werd gezet en waarbij ik graag
tegenwoordig zou willen zijn.
contr:
J.J. M. Bekkering. Het document is een formeel verslag van een controleur (J.J.M. Bekkering) gericht aan zijn inspecteur. Het rapport beschrijft een incident op 22 december 1939 in Amsterdam-Zuid. De controleur trof daar de heer J. de Leeuw aan, een venter die enkel een vergunning had voor Amsterdam-West.
Wanneer de controleur hem aanspreekt, reageert De Leeuw brutaal en dreigend. Hij verwijst naar een eerdere boete van vijf gulden ("je wordt bedankt hoor") en suggereert dat de controleur beter "conducteur had kunnen blijven" (mogelijk een verwijzing naar een vorig beroep). De dreiging "dat ik jou eens in het burger [als burger/niet in uniform] kon ontmoeten" wordt door de controleur serieus genomen.
De tekst bevat diverse administratieve kenmerken:
* Stempels: "M. 1940" wijst waarschijnlijk op de registratie in het jaar 1940.
* Margenotities: Er zijn data genoteerd voor het oproepen van de betrokkene voor een gesprek.
* Afhandeling: Bovenaan staat genoteerd dat de man "ernstig onderhouden" (streng toegesproken) is en waarschijnlijk geen last meer zal veroorzaken. Dit document stamt uit de periode vlak voor de Duitse inval in Nederland. In Amsterdam was het ventwezen streng gereguleerd via een vergunningstelsel per stadsdeel en per productgroep. Controleurs hielden toezicht op naleving van de standplaatsen en de producten die verkocht mochten worden.
De "vijf gulden" boete waar de venter over klaagt, was in 1939 een aanzienlijk bedrag (omgerekend naar huidige koopkracht ongeveer 50 tot 60 euro), wat de agressie van de man verklaart, die aangeeft dat hij "moet eten met me kindern". De Tugelaweg in Amsterdam-Oost was in die tijd een straat in een volksbuurt met veel Joodse inwoners; de naam 'J. de Leeuw' en de handel in 'haring en zuur' passen in het beeld van de Amsterdamse markthandel van die tijd. J. de Leeuw J.J.M. Bekkering M. Bekkering Politie