Ambtelijk rapport/verslag (waarschijnlijk politie of marktwezen).
Origineel
Ambtelijk rapport/verslag (waarschijnlijk politie of marktwezen). 5 november 1936. A’dam 5 Nov. 1936.
(In de marge:) Rapport.
Naar aanleiding bijgaan-
de klachten van petroleum-
venter Sjouwerman, heden
aldaar gecontroleerd en één
venter aangetroffen in deze
klacht genoemd, deze ventte
niet, en had zijn klanten
genoteerd in een boekje bij
zich, riep niet, en verkocht
waar hij aanbelde, zoodat
hem niets kon worden ten
laste gelegd.
(w.g.) S. Burg. Het document is een kort, zakelijk verslag van een opsporingsambtenaar of controleur. De kern van de zaak is een concurrentietwist tussen petroleumventers. De heer Sjouwerman had blijkbaar een klacht ingediend tegen een collega-venter. De controleur stelt echter vast dat de beklaagde venter zich aan de regels hield.
De juridische nuance zit in het woord "venten". In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van die tijd was "venten" (het luidruchtig aanbieden van waren op de openbare weg) vaak aan banden gelegd of verboden zonder specifieke vergunning. De gecontroleerde persoon "ventte niet" in de wettelijke zin: hij liep niet te roepen op straat om klanten te trekken, maar werkte gericht met een klantenlijst in een boekje en belde alleen aan bij bekende adressen. Omdat hij de openbare orde niet verstoorde en geen illegale straathandel dreef, concludeert de rapporteur dat er geen strafbaar feit is gepleegd ("niets kon worden ten laste gelegd"). In de jaren '30 was petroleum een cruciale brandstof voor huisbrand (kachels) en verlichting in de volksbuurten van Amsterdam. De handel werd gedomineerd door zelfstandige venters die met handkarren of paard-en-wagen door de straten trokken. Vanwege de economische crisis was de concurrentie moordend, wat vaak leidde tot onderlinge verklikking bij de autoriteiten.
De schrijfwijze "zoodat" getuigt van de spelling-Marchant, die in 1936 nog de norm was in officiële stukken. De afkorting "A'dam" was destijds, net als nu, een zeer gebruikelijke verkorting voor de hoofdstad in administratieve correspondentie.
Samenvatting
Het document is een kort, zakelijk verslag van een opsporingsambtenaar of controleur. De kern van de zaak is een concurrentietwist tussen petroleumventers. De heer Sjouwerman had blijkbaar een klacht ingediend tegen een collega-venter. De controleur stelt echter vast dat de beklaagde venter zich aan de regels hield.
De juridische nuance zit in het woord "venten". In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van die tijd was "venten" (het luidruchtig aanbieden van waren op de openbare weg) vaak aan banden gelegd of verboden zonder specifieke vergunning. De gecontroleerde persoon "ventte niet" in de wettelijke zin: hij liep niet te roepen op straat om klanten te trekken, maar werkte gericht met een klantenlijst in een boekje en belde alleen aan bij bekende adressen. Omdat hij de openbare orde niet verstoorde en geen illegale straathandel dreef, concludeert de rapporteur dat er geen strafbaar feit is gepleegd ("niets kon worden ten laste gelegd").
Historische Context
In de jaren '30 was petroleum een cruciale brandstof voor huisbrand (kachels) en verlichting in de volksbuurten van Amsterdam. De handel werd gedomineerd door zelfstandige venters die met handkarren of paard-en-wagen door de straten trokken. Vanwege de economische crisis was de concurrentie moordend, wat vaak leidde tot onderlinge verklikking bij de autoriteiten.
De schrijfwijze "zoodat" getuigt van de spelling-Marchant, die in 1936 nog de norm was in officiële stukken. De afkorting "A'dam" was destijds, net als nu, een zeer gebruikelijke verkorting voor de hoofdstad in administratieve correspondentie.