Dienstbrief / Ambtelijk advies.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijk advies. 12 november 1936 (met handgeschreven aantekening "Verzonden 14/11"). De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen- of Politiedienst Amsterdam). [Handgeschreven rechtsboven:] M. de Beer
[Handgeschreven middenboven:] Verzonden 14/11
[Stempel/Type rechtsboven:] VP/G
72/216/2 M
1
12 November 1936
Klacht van S.Sjouwerman inzake
contrôle naleving Ventveror-
dening in Noord.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 21
October jl. om advies ontvangen stuk no.68/72 L.M.1936 heb ik
de eer U te berichten, dat aan de overzyde van het Y, evenals
in andere stadswyken, by voortduring op de naleving der Vent-
verordening wordt toegezien. Het is echter in het algemeen
moeilyk om tegen olieventers op te treden, aangezien dezen in
den regel uitsluitend vaste klanten bedienen en alleen proces-
verbaal tegen hen wordt opgemaakt, wanneer werkelyk wordt ge-
constateerd, dat zy venten.
De in adressant's brief bedoelde olieventer, bedient,
voor zoo ver by herhaaldelyk gehouden contrôle is gebleken,
uitsluitend vaste klanten, die hy in zyn boekje heeft geno-
teerd. Tegen hem kan dan ook niet worden opgetreden. De "twee
jongens aan één kar", die vooral des Woensdags en des Zater-
dagsmiddags zouden venten, zyn tot nu toe niet aangetroffen;
vanzelfsprekend wordt zoo noodig tegen hen opgetreden.
Tenslotte kan ik nog meedeelen, dat op 31 October jl.
tegen adressant proces-verbaal is opgemaakt, omdat hy zich by
het venten liet assisteeren door zyn echtgenoote, waartoe hem
geen vergunning is verleend. Ik heb de eer U te adviseeren
hem te doen berichten, dat voor een behoorlyke contrôle op de
naleving der Ventverordening in de wyk Noord wordt zorgge-
dragen, evenals dit in andere stadswyken geschiedt.
De Directeur, Dit document is een ambtelijke reactie op een klacht van een straathandelaar (S. Sjouwerman). Sjouwerman klaagde klaarblijkelijk over oneerlijke concurrentie van andere "venters" (straatverkopers) in Amsterdam-Noord, die zich niet aan de regels zouden houden.
De Directeur verdedigt het toezicht door zijn dienst en legt uit waarom het juridisch lastig is om op te treden tegen de genoemde "olieventers": zij beweren uitsluitend aan vaste klanten te leveren. In de wetgeving van die tijd was er een cruciaal verschil tussen "venten" (het willekeurig aanbieden van waren op straat) en het bezorgen bij vaste klanten (wat vaak minder streng gereguleerd was). Omdat deze verkopers boekjes met klantnamen bijhielden, was het moeilijk te bewijzen dat zij illegaal aan het venten waren.
Opmerkelijk is de slotparagraaf, waarin de Directeur meldt dat de klager (Sjouwerman) zelf onlangs beboet is omdat hij zijn vrouw liet helpen bij het venten zonder de juiste vergunning. Dit werpt een ironisch licht op de klacht: de klager probeert waarschijnlijk de aandacht van zijn eigen overtredingen af te leiden of concurrenten dwars te zitten. In de jaren '30 (de crisisjaren) was de straathandel in Amsterdam een belangrijke bron van inkomsten voor de arbeidersklasse, maar ook een bron van constante wrijving met de gevestigde winkelstand en de overheid. De "Ventverordening" was bedoeld om de handel op straat te reguleren en in te perken.
De wijk "Noord" (overzijde van het IJ) was in deze periode sterk in ontwikkeling, met veel nieuwe arbeiderswijken waar de straathandel bloeide. Olieventers (verkopers van petroleum voor verlichting en koken) waren een bekend verschijnsel in het straatbeeld voordat gas en elektriciteit algemeen goed waren.
De spelling in het document (zoals "moeilyk", "echtgenoote", "adviseeren") volgt de spelling-De Vries en Te Winkel, die destijds de standaard was in officiële stukken, nog voor de spellinghervorming van Marchant in 1934 volledig was doorgevoerd in alle ambtelijke lagen.