Handgeschreven ambtelijke notitie / rapportage.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie / rapportage. 27 januari 1939 (onderaan gemerkt als 27/1/39). (Noot: Doorgestreepte tekst is tussen [ ] geplaatst met een vermelding, tussenvoegingen staan tussen ^ ^)
De ventvergunning van
Ros werd in het jaar 1937
25 keer ^door een controleur geparafeerd,^ [doorgestreept: door een controleur geparafeerd,] ten
bewijze, dat hij werd gecontroleerd.
Ten aanzien van de vergunning van Krosse
geschiedde dit 6 keer.
Geen van beide vergunningen werden in
1938 [doorgestreept: afgetekend] geparafeerd, omdat ^de vergunninghouders^
toen uitsluitend werden aangetroffen, terwijl zij
niet ventten, doch vaste klanten bedienden.
Het had geen zin, om een ventvergunning ^op het tijdstip der controle^ te controleeren,
waarvan geen gebruik werd gemaakt. [doorgestreept: Bij] Het is
zelfs de vraag of ook in 1937 de controles niet
meermalen, feitelijk onnoodig ^in de vergunning^ [doorgestreept: zijn]
aangeteekend, omdat de vergunninghouders niet
ventende werden aangetroffen.
De klacht van gebrek aan controle in de
wijk Noord [doorgestreept: is] ^[marge-aantekening: I zoals bij onderzoek is gebleken, te verklaren]^ door de
omstandigheid, dat in die wijk, meer, [doorgestreept: thans] ^althans^
meer opvallend, dan elders, vaste klanten
worden bediend door tal van personen, die
geen ventvergunning hebben en die daarvoor
ook niet in aanmerking kunnen komen.
Daartegen kan, op grond van de Ventverordening
niet worden opgetreden, doch het wekt
[doorgestreept: ontstemming] bij de houders ener ventvergunning, die
ter goeder trouw [doorgestreept: in de meening verkeeren, dat]
[doorgestreept: de concurrentie der ‘niet-wijkloopers’]
[doorgestreept: Deze venters mogen]
[doorgestreept: dat het gebrek aan controle is,]
[doorgestreept: waardoor hun bedrijf kunnen uitoefenen]
[doorgestreept: Deze concurrentie wordt dan door de anderen]
[doorgestreept: aan controle geweten, terwijl zij doch]
[doorgestreept: krachteloos is]
aan gebrek aan controle dezerzijds moet worden geweten.
27/1/39 amp. DD De tekst is een ambtelijk verslag over de effectiviteit van toezicht op straathandel (venten). De kernpunten zijn:
- Bureaucratische Handeling: In 1937 werden vergunningen nog frequent 'geparafeerd' (afgetekend) door controleurs als bewijs van inspectie. Bij de heer Ros gebeurde dit 25 keer, bij Krosse 6 keer.
- Definitiekwestie: In 1938 stopte men met het aftekenen als de vergunninghouder wel aanwezig was, maar op dat moment "vaste klanten" bediende in plaats van actief te "venten" (het luidruchtig aanbieden van waren aan willekeurige voorbijgangers). De auteur stelt dat controle op een ventvergunning zinloos is als er op dat moment niet feitelijk gevent wordt.
- Oneerlijke Concurrentie: Er is een specifieke klacht over de wijk Noord. Veel personen zonder vergunning bedienen daar vaste klanten. Omdat dit juridisch niet onder 'venten' valt volgens de toenmalige Ventverordening, kan de politie of inspectie niet optreden.
- Perceptie van de Vergunninghouders: Legale venters ervaren dit als een gebrek aan handhaving. Ze zien de concurrentie van onvergunde lieden als een falen van de overheid, hoewel de wetgever formeel met de handen gebonden is door de beperkte definitie van de verordening. Dit document stamt uit januari 1939, de late vooroorlogse periode in Nederland. De regulering van de straathandel was in die tijd een bron van constante wrijving in stedelijke gebieden (zoals Amsterdam of Rotterdam).
De Ventverordening was bedoeld om de openbare orde te handhaven en overlast door straatroepen te beperken, maar bood vaak mazen in de wet voor de zogenaamde 'wijkloopers' of leveranciers aan vaste adressen. De overgang van ambulante handel naar vaste klantenwijken zorgde voor een grijs gebied in de wetgeving. De frustratie van de legale venters, die leges betaalden en gecontroleerd werden, tegenover de 'vrije' concurrentie in volkswijken als Noord, is kenmerkend voor de economische spanningen van die tijd. De vele doorhalingen in de laatste alinea suggereren dat de ambtenaar worstelde met de juiste formulering om de onmacht van de inspectie tegenover deze "concurrentie" te verklaren.