Getypt ambtelijk memorandum / rapportage.
Origineel
Getypt ambtelijk memorandum / rapportage. Aan den Heer Directeur van het Marktwezen.
De Wethouder merkt op "dat bij speciale studie deze contrôle beter kan worden geregeld, enz.".
Aangenomen moet dus worden, dat de contrôleurs er maar klakkeloos op uitgestuurd worden, dus zonder dat vooraf eenige studie van het vraagstuk der contrôle is gemaakt maar te werk is gegaan.
Ik meen in dezen te mogen verwijzen naar de rapporten, welke door mij inzake de ventcontrôle zijn ingediend.
In het algemeen enkele opmerkingen.
1) De Wethouder gaat schijnbaar uit van de veronderstelling, dat uitsluitend voor de ventcontrôle op bepaalde dagen een aantal contrôleurs beschikbaar zijn. Hij heeft zich daarvoor telefonisch laten inlichten en heeft een opgave ontvangen, waarbij van een aantal contrôleurs de werktijden zijn opgeteld, en zoo is dan op iedere werkdag een aantal vastgesteld.
Daarbij is niet medegedeeld, dat dagelijks nog door vier dezer contrôleurs op de verschillende markten de stallennummers worden opgenomen en zij daarvan een schriftelijk rapport moeten inleveren. Per contrôleur moet daarvoor 1 ½ à 2 uur van zijn, voor contrôle beschikbaren tijd, worden afgetrokken.
2) De taak van de contrôleurs, aangewezen voor ventcontrôle, bestaat niet alleen in het aanhouden van venters om na te gaan, of deze in het bezit zijn van een geldige vergunning.
Zij doen daarnevens nog allerlei andere verrichtingen:
a. standplaatsoontrôle;
b. speciale opdrachten;
c. Behandelen (onderzoek en rapporteeren) aanvrage standplaatsen; etc.etc.
3) Het aantal contrôles daalde van 67940 in 1936 tot 38457 in 1939.
Hieruit blijkt wel, dat aan de contrôleurs niet wordt opgedragen om maar raak te contrôleeren. Het zou zeer gemakkelijk zijn geweest om het aantal contrôles op te voeren. Door iederen bekenden venter enkele keeren per maand meer aan te houden is dit reeds te bereiken. Den contrôleurs is echter opgedragen dit na te laten en de contrôle van het sterk verminderde aantal houders van ventvergunningen normaal te verrichten.
4). Het aantal venters is zeer sterk afgenomen. De Wethouder meent natuurlijk het aantal houders van ventvergunningen. Daar staat tegenover dat het aantal z.g.n. bedieners van vaste klanten zeer sterk is toegenomen. Deze handelaren staan voortdurend onder contrôle.
Aangenomen kan worden, dat wanneer deze contrôle zou verslappen, deze handelaren zeer spoedig gewoon zouden gaan venten
5) Gedurende de ochtenduren, d.w.z. tusschen 11 en 2 uur wordt reeds minder contrôel gehouden, daar tusschen die uren de kramen worden opgenomen en de contrôleurs 1 uur vrij hebben voor koffiedrinken. Van Mei t/m September wordt per dag, behalve des Zaterdags, door 2 contrôleurs des avonds enkele uren, meestal in burger, contrôle gehouden.
6) Voor zoover dit noodig geoordeeld wordt, doen de contrôleurs in burger * Toon en strekking: De schrijver (vermoedelijk een afdelingshoofd) neemt een defensieve houding aan tegenover de kritiek van de Wethouder. Er wordt gepoogd aan te tonen dat de daling in het aantal controles (van circa 68.000 naar 38.000) geen teken van luiheid is, maar van een kwalitatieve verschuiving in het werkbeleid.
* Administratieve last: Uit punt 1 blijkt dat de administratieve taak (het opnemen van stalnummers en rapportage) een aanzienlijk deel van de effectieve surveillancetijd in beslag neemt (1,5 tot 2 uur per dag per man).
* Verschuiving in de markt: Er wordt een interessant onderscheid gemaakt tussen "venters" (met vergunning) en "bedieners van vaste klanten". De afname van het aantal officiële venters wordt gecompenseerd door een toename van handelaren die vaste klanten bedienen, die blijkbaar ook toezicht behoeven om te voorkomen dat zij weer illegaal gaan venten.
* Methodiek: Er wordt expliciet vermeld dat er ook controles "in burger" (onopvallend) plaatsvinden, vooral in de zomeravonden. Dit document stamt uit de periode rond 1940 en geeft een inkijkje in de gemeentelijke bureaucratie en de regulering van de straathandel in een grote Nederlandse stad (gezien de termen waarschijnlijk Amsterdam, waar de Dienst van het Marktwezen een grote rol speelde). In het interbellum en de vroege oorlogsjaren was de straathandel strikt gereguleerd om oneerlijke concurrentie met vaste winkeliers te voorkomen en de openbare orde te handhaven. De spanning tussen de politieke leiding (de Wethouder) die efficiëntie eist op basis van cijfers, en de uitvoerende dienst die de praktijk complexer vindt dan de statistieken doen vermoeden, is een tijdloos bestuurlijk thema.