Typoscript (doorslag/afschrift van een ambtelijke brief).
Origineel
Typoscript (doorslag/afschrift van een ambtelijke brief). 6 april 1940. No.72/27/1 M.1940 AFSCHRIFT.
GEMEENTE AMSTERDAM.
Amsterdam, 6 April 1940.
Afd.L.M.
No.351 -1940-
Bijlagen: 2
Blijkens telefonische mededeeling waren in de week van Maandag 18 Maart tot en met Zondag 24 Maart resp. de volgende aantallen ventcontrôleurs werkzaam: 2½, 6, 5, 6, 7, 1½, 0.
Mede hierin vind ik aanleiding om, zooals ik in onze laatste bespreking reeds mondeling deed, Uw aandacht óp de ventcontrôle te vestigen. Immers het wil mij voorkomen, dat bij speciale studie deze contrôle beter kan worden geregeld en wel in dien zin, dat bij intensiever en dus vruchtdragender contrôle, waarschijnlijk met minder contrôleurs het werk kan worden gedaan. Dit zal te gereeder kunnen geschieden, daar het aantal venters zeer sterk is afgenomen, en wel van 7184 op 1 Januari 1935 tot 3408 op 1 Januari 1940, bij welk laatstgenoemd cijfer nog rekening moet worden gehouden, dat 948 op 1 Maart 1940 in volledigen steun zijn. De ventcontrôle is dan ook uiteraard minder omvangrijk geworden, zooals uit Uw overzichten blijkt. Het totaal aantal contrôles daalde van 67940 in 1936 tot 38457 in 1939, of met 43.4%. Een nadere specificatie sluit ik hierbij in.
Ik meen dan ook dat het mogelijk moet zijn, met een beteren opzet der contrôle, deze vruchtdragender te doen zijn en toch het aantal contrôleurs te verminderen.
Bij een nadere studie dezer aangelegenheid zal als richtsnoer moeten worden aangenomen, dat de werkzaamheid der ventcontrôleurs, en dus ook het aantal, zich moet richten naar de intensiteit van de werkzaamheden der venters en die zich als zoodanig voordoen. In de ochtenduren bijvoorbeeld, zijn weinig of geen venters op straat, althans in het algemeen gezien. Wellicht is dit bijvoorbeeld wèl het geval met venters in aardappelen, groente en fruit, die van de Centrale Markt of in visch, die van de vischhal komen of met lompen, die soms ver moeten loopen voor zij op hun centrale verkoopplaats, het Waterlooplein, aankomen; en misschien niet bij venters in haring en zuurwaren, in ijs en kleine eetwaren, in brandstoffen en petroleum. Maar indien deze meening in haar algemeenheid toch juist is, volgt hieruit, dat de ventcontrôle in die ochtenduren ook slechts zeer gering behoeft te zijn. De vraag rijst hierbij, of in de rapporten, die U bereiken omtrent ventovertredingen, het uur, waarop zulk een overtreding plaats vond, is vermeld. Mocht dit niet het geval zijn, dan zal het van belang wezen, dat Uw contrôleurs dit voortaan alsnog vermelden. Deze ambtelijke brief is een treffend voorbeeld van vooroorlogs streven naar gemeentelijke efficiëntie. De kern van het betoog is dat de handhaving (de ventcontrole) moet meebewegen met de veranderende sociaaleconomische realiteit.
De schrijver onderbouwt zijn voorstel met harde cijfers: het aantal straatverkopers in Amsterdam is in vijf jaar tijd met meer dan de helft gedaald (van 7184 naar 3408). Opmerkelijk is de vermelding dat bijna duizend van deze venters "in de steun" (werkloosheidsvoorziening) zitten, wat duidt op de aanhoudende economische malaise van de jaren '30.
De voorgestelde oplossing is modern in zijn benadering: data-gestuurd werken. Door te analyseren op welke tijdstippen overtredingen plaatsvinden en wanneer specifieke groepen venters (zoals groentenboeren of lompenhandelaars naar het Waterlooplein) actief zijn, kan de inzet van personeel worden geoptimaliseerd. Het doel is een "vruchtdragender" controle met minder middelen. Het document dateert van 6 april 1940, slechts vijf weken voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Het laat zien dat het dagelijks bestuur van de stad Amsterdam tot op het laatste moment doorging met reguliere beleidsvoering en bezuinigingsplannen.
De brief geeft ook inzicht in het Amsterdamse straatbeeld van die tijd. De vermelding van specifieke markten (Centrale Markt, Vischhal) en beroepsgroepen (venters in petroleum, brandstoffen, ijs en lompen) schetst een beeld van een stad waarin de distributie van basisbehoeften nog voor een groot deel via kleinschalige straathandel verliep, maar waarbij die handel tegelijkertijd onder grote druk stond door de economische crisis en toenemende regulering.