Archief 745
Inventaris 745-335
Pagina 431
Dossier 92
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of kopie), pagina 2.

Vermoedelijk begin 1940 (gebaseerd op de genoemde datum 23 maart en de referentie naar november 1939). Van: F. van Meurs, Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen.

Origineel

Getypte brief (doorslag of kopie), pagina 2. Vermoedelijk begin 1940 (gebaseerd op de genoemde datum 23 maart en de referentie naar november 1939). F. van Meurs, Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen. -2-

    Een soortgelijke opmerking kan gemaakt worden wat betreft

het seizoen. In den zomer zal de ventcontrôle intenser moeten zijn
dan in den herfst of in den winter. En eveneens wat betreft den
dag: Zoo heeft het sterk mijn aandacht getrokken, dat op Zaterdag
23 Maart geen enkele ventcontrôleur werkzaam was, terwijl juist
dan vele venters en die zich als zoodanig voordoen, hun handel
drijven.
Voorts gelieve U Uw aandacht te wijden aan de wijkcon-
trôle. Het nominaal aantal ventvergunningen op 30 November 1939,
bijvoorbeeld was bovendien nog voor Noord 269, voor Zuid 654
(met inbegrip van de geblokkeerde vergunningen), zoodat het aantal
ventcontrôleurs zich ook hier naar moet richten. Het is mij niet
bekend, of U de contrôleurs ook door de verschillende wijken laat
rouleeren. Het wil mij voorshands voorkomen, dat dit niet wensche-
lijk is; immers het is noodzakelijk, dat de contrôleur zijn venters
persoonlijk leert kennen, hetgeen de contrôle zeer zal bespoedigen.
In dit verband doe ik U hierbij toekomen een afschrift van
een brief van mij aan den Wethouder voor den Maatschappelijken
Steun.
Zoo zijn er vele punten, die een nader onderzoek wettigen.
Ik noem nog als voorbeelden den verkoop van visch op Vrijdag in
R.K.huizenblokken, den geringen verkoop op Zaterdag in Joodsche
stadswijken, waartegenover de Zondagsche verkoop wel sterker zal
zijn. Ik ben overtuigd, dat bij nadere bestudeering nog wel andere
voor de contrôle niet onbelangrijke feiten zullen worden gevonden.
Ik hoop binnenkort met U het bovenstaande en aanverwante
vraagstukken eens te bespreken.

                       De Wethouder voor de Levensmiddelen,
                       Wasch- en schoonmaak-, bad- en zwem-
                                inrichtingen,

                                w.g.F.van Meurs.

Aan den heer Directeur van den
Dienst van het Marktwezen.

[In de linkermarge, handgeschreven]: onjuist * Onderwerp: De brief betreft de efficiëntie en organisatie van het toezicht op straatverkopers (ventcontrôle). De wethouder uit kritiek op de huidige werkwijze en doet voorstellen voor verbetering.
* Kernpunten:
* Planning: Er wordt gepleit voor een seizoensgebonden inzet (meer controle in de zomer) en betere spreiding over de weekdagen.
* Wijkverdeling: De wethouder wijst op de discrepantie in het aantal vergunningen tussen stadsdelen (Noord vs. Zuid) en adviseert de personeelsinzet hierop aan te passen.
* Continuïteit: Er wordt geadviseerd tegen het 'rouleren' van controleurs; lokale bekendheid met de venters zou de effectiviteit verhogen.
* Sociaal-religieuze context: De tekst benoemt specifiek consumptiepatronen op basis van religie: visverkoop op vrijdag in katholieke wijken en de afwezigheid van handel op zaterdag (sabbat) in Joodse wijken ten gunste van de zondag.
* Marginalia: De handgeschreven opmerking "onjuist" staat naast de passage over de afwezigheid van controleurs op zaterdag 23 maart. Dit suggereert dat de geadresseerde (de Dienst van het Marktwezen) het feitelijk niet eens was met deze specifieke observatie van de wethouder. Dit document stamt uit de periode net voor of aan het begin van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (gezien de datum 1939/1940). Het biedt een inkijk in het fijnmazige stedelijke beheer van die tijd. De referentie naar "Noord" en "Zuid" en de "Joodsche stadswijken" duidt hoogstwaarschijnlijk op Amsterdam. In deze periode was het straatleven en de ambulante handel een essentiële maar streng gereguleerde bron van inkomsten voor velen. De brief toont ook de 'verzuiling' van de samenleving aan, waarbij overheidsbeleid rekening hield met de religieuze gewoonten van verschillende bevolkingsgroepen (katholieken en joden). De bemoeienis van de Wethouder voor de Levensmiddelen onderstreept het belang van de controle op de voedseldistributie en economische orde in de stad.

Samenvatting

  • Onderwerp: De brief betreft de efficiëntie en organisatie van het toezicht op straatverkopers (ventcontrôle). De wethouder uit kritiek op de huidige werkwijze en doet voorstellen voor verbetering.
  • Kernpunten:
    • Planning: Er wordt gepleit voor een seizoensgebonden inzet (meer controle in de zomer) en betere spreiding over de weekdagen.
    • Wijkverdeling: De wethouder wijst op de discrepantie in het aantal vergunningen tussen stadsdelen (Noord vs. Zuid) en adviseert de personeelsinzet hierop aan te passen.
    • Continuïteit: Er wordt geadviseerd tegen het 'rouleren' van controleurs; lokale bekendheid met de venters zou de effectiviteit verhogen.
    • Sociaal-religieuze context: De tekst benoemt specifiek consumptiepatronen op basis van religie: visverkoop op vrijdag in katholieke wijken en de afwezigheid van handel op zaterdag (sabbat) in Joodse wijken ten gunste van de zondag.
  • Marginalia: De handgeschreven opmerking "onjuist" staat naast de passage over de afwezigheid van controleurs op zaterdag 23 maart. Dit suggereert dat de geadresseerde (de Dienst van het Marktwezen) het feitelijk niet eens was met deze specifieke observatie van de wethouder.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode net voor of aan het begin van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (gezien de datum 1939/1940). Het biedt een inkijk in het fijnmazige stedelijke beheer van die tijd. De referentie naar "Noord" en "Zuid" en de "Joodsche stadswijken" duidt hoogstwaarschijnlijk op Amsterdam. In deze periode was het straatleven en de ambulante handel een essentiële maar streng gereguleerde bron van inkomsten voor velen. De brief toont ook de 'verzuiling' van de samenleving aan, waarbij overheidsbeleid rekening hield met de religieuze gewoonten van verschillende bevolkingsgroepen (katholieken en joden). De bemoeienis van de Wethouder voor de Levensmiddelen onderstreept het belang van de controle op de voedseldistributie en economische orde in de stad.

Kooplieden in dit dossier 100

Fr. Kroes Waterlooplein ~~201~~ 207
K.G. Aardappelen Waterlooplein 201
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein 711
W. Fruithof Waterlooplein 739
W. Fruithof Waterlooplein 715
A.C.M. Deurloo Waterlooplein 1920
A. Elzinga Waterlooplein 1933
A. F. Schermacher Waterlooplein 1926
V. Jr Waterlooplein 1922
A. Kieboom Waterlooplein 1924
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6