Officiële brief/vergunning van de gemeente Amsterdam (waarschijnlijk de Afdeling Markten).
Origineel
Officiële brief/vergunning van de gemeente Amsterdam (waarschijnlijk de Afdeling Markten). 10 juli 1940. De Directeur (van de betreffende gemeentelijke dienst). [Links boven:]
90/45/2 M
[Midden boven, handgeschreven:]
verzonden 10/7
[Rechts boven:]
G.
[Rechts boven, handgeschreven:]
M. de Boer
[Rechts:]
10 Juli 1940.
[Adresblok:]
den Heer A.Stodel,
Rapenburgerstraat 79,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 2.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 17 Juni jl.
verleen ik U hierby tot wederopzegging toestemming zich op Uw
plaats op de markt(en) Mosplein
te laten bystaan - niet vervangen - door Mej.R.Barmhartigheid,
geboren 2 October 1919.
[Ondertekening:]
De Directeur, * Administratieve handeling: De brief is een formele goedkeuring van een verzoek van marktkoopman A. Stodel om hulp te krijgen bij zijn kraam. De formulering "tot wederopzegging" en "bystaan - niet vervangen" is strikt bureaucratisch: de vergunninghouder moet zelf aanwezig blijven en de hulp mag niet als plaatsvervanger optreden.
* Locatie: De marktplaats bevindt zich op het Mosplein (Amsterdam-Noord). De geadresseerde woont in de Rapenburgerstraat, een straat die destijds centraal in de Amsterdamse Jodenbuurt lag.
* Personen:
* A. Stodel: Waarschijnlijk Abraham Stodel. Gezien het adres en de periode betreft het een Joodse marktkoopman.
* Mej. R. Barmhartigheid: Rebecca Barmhartigheid, geboren op 2 oktober 1919. "Barmhartigheid" is een typisch Portugees-Joodse achternaam in Amsterdam.
* Tijdstip: De brief is gedateerd 10 juli 1940, slechts twee maanden na de Duitse inval in Nederland. Het document toont de continuïteit van de gemeentelijke bureaucreatie aan het begin van de bezetting. Dit document is een treffend voorbeeld van 'bureaucratie in oorlogstijd'. Terwijl het dagelijks leven vooralsnog op de oude voet lijkt door te gaan, bevinden de genoemde personen zich in een uiterst kwetsbare positie.
De Rapenburgerstraat was het hart van de Joodse wijk in Amsterdam. Kort na de datum van deze brief zouden de anti-Joodse maatregelen van de bezetter de bewegingsvrijheid en economische zelfstandigheid van mensen zoals de heer Stodel en mejuffrouw Barmhartigheid systematisch gaan inperken. Uit archiefbronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Rebecca Barmhartigheid de oorlog niet heeft overleefd; zij werd in september 1942 in Auschwitz vermoord.
Dergelijke vergunningen uit de vroege bezettingsjaren zijn voor archivarissen en historici van belang omdat ze de administratieve registratie van de Joodse bevolking vastleggen vlak voordat de grootschalige vervolging en deportaties begonnen. * A. Stodel: Waarschijnlijk Abraham Stodel. Gezien het adres en de periode betreft het een Joodse marktkoopman.