Handgeschreven memo/notitie op een archiefkaart.
Origineel
Handgeschreven memo/notitie op een archiefkaart. Augustus 1940 (met diverse data: 16-08, 23-08, 28-08 en 29-08-1940). [Bovenaan gecentreerd/rechts:]
Insp. oproepen
p 28/8 40 HD 23/8 40
[Hoofdtekst:]
Blijkens mededeeling
van den heer Barends
komen alle aardappelen
onder de NAC, die een
distributie-regeling voor
den handel instelde.
Erkenning door kleinhan-
dels-organisaties is
noodig en die zal
waarschijnlijk in dit
geval worden geweigerd.
’t Is gewenscht, dat U
Kl. Bos hierover spreekt,
hem waarschuwt.
Overigens behoeft onzer-
zijds vooralsnog geen bezwaar
te bestaan. 16-8-40
mondeling afgegeven. wp.
[In rode inkt in de linker marge:]
opb
29-8-40
wp. Het document is een interne ambtelijke notitie die de centralisatie van de aardappelvoorziening in Nederland beschrijft tijdens de eerste maanden van de Duitse bezetting. De kern van de tekst is dat de Nederlandsche Aardappel Centrale (NAC) de volledige controle over de aardappelhandel opeist middels een nieuwe distributieregeling.
Er wordt expliciet gewaarschuwd voor frictie: de schrijver verwacht dat bestaande kleinhandelsorganisaties deze nieuwe machtsstructuur (erkenning door de NAC) waarschijnlijk zullen weigeren. Er wordt opdracht gegeven om een zeker persoon, Kl. Bos, hierover te polsen of te waarschuwen. Opvallend is de pragmatische houding aan het slot: zolang de regels gevolgd worden, ziet de afzender vooralsnog geen bezwaar.
De opeenvolgende data (van 16 tot 29 augustus) tonen de administratieve afhandeling van dit dossier gedurende twee weken. De rode aantekening "opb" (mogelijk 'opgebeld' of 'opgebracht') van 29-8-40 duidt op de uiteindelijke actie of afronding van deze specifieke opdracht. Dit document stamt uit de formatieve periode van de distributiestelsels in bezet Nederland. De Nederlandsche Aardappel Centrale (NAC) werd al voor de oorlog opgericht (1932) als crisisorgaan, maar werd door de bezetter en de Nederlandse bureauvratie snel uitgebouwd tot een machtig instrument om de voedselvoorziening te beheersen.
In de zomer van 1940 begon de bezetter de Nederlandse economie strakker te organiseren in 'bedrijfschappen' en centrale organen om zowel de lokale consumptie te rantsoeneren als de export naar Duitsland te faciliteren. De weerstand van de "kleinhandels-organisaties" waarnaar verwezen wordt, is typerend voor de vroege bezettingsfase, waarin bestaande handelsstructuren trachtten hun autonomie te behouden tegenover de opkomende totalitaire centrale regie. Dit memo biedt een inkijkje in de dagelijkse bureaucratische uitvoering van deze ingrijpende economische veranderingen.