Getypte brief (doorslag/kopie)
Origineel
Getypte brief (doorslag/kopie) 12 september 1940 De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst Amsterdam) den Heer A. Velleman extra
vP/HG.
den Heer A.Velleman,
Pieter Nieuwlandstraat 19 I,
Amsterdam-Oost.
Wijk 18.
90/66/2 M. 12 September 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 27 Augustus jl. ver-
leen ik U hierbij alsnog gedurende ten hoogste twee weken na dato
dezes uitstel van Uw verplichting om regelmatig Uw plaats op de
markt Mosplein te bezetten, mits U zorgdraagt, dat het ook tijdens
Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld wordt betaald.
De Directeur, Deze brief is een formele, ambtelijke mededeling aan een marktkoopman, de heer A. Velleman. De kern van de brief is de toekenning van een uitstel: Velleman krijgt toestemming om gedurende maximaal twee weken na dagtekening (dus tot ongeveer 26 september 1940) afwezig te zijn van zijn vaste standplaats op de markt aan het Mosplein in Amsterdam-Noord.
Er wordt echter een strikte voorwaarde gesteld: het marktgeld (de staanplaatsvergoeding) moet ook tijdens deze afwezigheid gewoon doorbetaald worden. Dit wijst op een strakke handhaving van de marktreglementen door de gemeente Amsterdam. De brief is een reactie op een verzoek van Velleman zelf van ruim twee weken daarvoor (27 augustus). Het woord "alsnog" suggereert dat er mogelijk eerst een afwijzing was of dat de besluitvorming enige tijd in beslag nam. De datum van de brief, 12 september 1940, plaatst het document in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het op het eerste gezicht een routineus administratief stuk lijkt, krijgt het een diepere lading door de historische context en de naam van de geadresseerde.
Velleman is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam. In de zomer en het najaar van 1940 begonnen de Duitse bezetters en de meewerkende Nederlandse bureaucratie met de eerste voorbereidingen voor anti-Joodse maatregelen. Hoewel de grote uitsluiting van Joden van de openbare markten pas later (vanaf 1941) echt systematisch vorm kreeg via verordeningen, was de administratieve controle op marktkooplieden al zeer streng. Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de handel en op de markten.
Het Mosplein in Amsterdam-Noord was destijds een belangrijke plek voor de lokale handel. De Pieter Nieuwlandstraat in Oost, waar Velleman woonde, lag in een buurt met een aanzienlijke Joodse populatie. Documenten als deze zijn belangrijk voor historisch onderzoek omdat ze de dagelijkse interactie laten zien tussen burgers en de overheid in een overgangsperiode naar een steeds repressiever regime. De handgeschreven notitie "extra" bovenin zou kunnen duiden op een bijzondere behandeling of een specifieke dossierindeling binnen het archief van de Marktdienst. A. Velleman Gemeente Amsterdam