Archief 745
Inventaris 745-340
Pagina 116
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift).

24 september 1940 (gebaseerd op stempel bovenaan). Van: M. Grootkerk, Nieuwe Kerkstraat 77 I, Amsterdam. Aan: Waarschijnlijk de inspecteur van het Marktwezen, Gemeente Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift). 24 september 1940 (gebaseerd op stempel bovenaan). M. Grootkerk, Nieuwe Kerkstraat 77 I, Amsterdam. Waarschijnlijk de inspecteur van het Marktwezen, Gemeente Amsterdam. Nº 90/71 / M. 1940 24/9 [Stempel]
in map [?]

Mijn heer

Ondergetekende verzoekt Uw beleefd
of hij zijn standplaats op het Mosplein
voorloopig niet hoeft te bezetten.
Reden daarvan is:
Ten eerste: Ik ben al bijna 1½ week
ziek. ten tweede daar er met den bloemen
nog geen cent valt te verdienen en ik daar
om niet meer uit gaat. daarom heb ik nog
van dezen week steun aangevraagd voor
mijn huishouding. Zoodoende hoop ik dat
Uw den situatie van mijn kan indenken
waarom ik daar niet kan komen. Zoo hoop
ik dat deze plaats voor mijn toch open
blijft tot dat ik weer met den handel
gaat en er weer mee kan verdienen.

Bij voorbaat mijn
Dank.
M. Grootkerk
Nieuwe Kerkstraat 77 I
Amsterdam In deze brief verzoekt de heer M. Grootkerk om zijn standplaats op het Mosplein (Amsterdam-Noord) tijdelijk niet te hoeven bezetten. Hij voert hiervoor twee dringende redenen aan:
1. Gezondheid: Hij is al bijna anderhalve week ziek.
2. Economische nood: Er is momenteel geen droog brood te verdienen met de verkoop van bloemen. De situatie is zo nijpend dat hij die week "steun" (sociale bijstand) heeft moeten aanvragen voor zijn huishouden.

De schrijver spreekt de hoop uit dat de gemeente begrip heeft voor zijn situatie en zijn plek op de markt voor hem gereserveerd houdt ("open blijft") totdat hij fysiek en financieel weer in staat is zijn handel te hervatten. De toon is nederig en formeel, wat gebruikelijk was voor correspondentie met officiële instanties in die tijd. De brief is gedateerd op 24 september 1940, enkele maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland. De economische omstandigheden verslechterden in deze periode snel door schaarste en distributiemaatregelen.

Historisch detail: Het adres van de afzender, Nieuwe Kerkstraat 77 I, bevond zich in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De naam Grootkerk is een bekende Joodse achternaam in Amsterdam. Dit geeft het document een extra historische lading; marktkooplieden van Joodse afkomst kregen in de maanden en jaren na deze brief te maken met steeds strengere beperkingen, uitsluiting van markten en uiteindelijk deportatie. Het feit dat de schrijver op dit moment al "steun" moet aanvragen, getuigt van de precaire situatie waarin veel kleine zelfstandigen in de stad verkeerden aan het begin van de oorlog.

Samenvatting

In deze brief verzoekt de heer M. Grootkerk om zijn standplaats op het Mosplein (Amsterdam-Noord) tijdelijk niet te hoeven bezetten. Hij voert hiervoor twee dringende redenen aan:
1. Gezondheid: Hij is al bijna anderhalve week ziek.
2. Economische nood: Er is momenteel geen droog brood te verdienen met de verkoop van bloemen. De situatie is zo nijpend dat hij die week "steun" (sociale bijstand) heeft moeten aanvragen voor zijn huishouden.

De schrijver spreekt de hoop uit dat de gemeente begrip heeft voor zijn situatie en zijn plek op de markt voor hem gereserveerd houdt ("open blijft") totdat hij fysiek en financieel weer in staat is zijn handel te hervatten. De toon is nederig en formeel, wat gebruikelijk was voor correspondentie met officiële instanties in die tijd.

Historische Context

De brief is gedateerd op 24 september 1940, enkele maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland. De economische omstandigheden verslechterden in deze periode snel door schaarste en distributiemaatregelen.

Historisch detail: Het adres van de afzender, Nieuwe Kerkstraat 77 I, bevond zich in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De naam Grootkerk is een bekende Joodse achternaam in Amsterdam. Dit geeft het document een extra historische lading; marktkooplieden van Joodse afkomst kregen in de maanden en jaren na deze brief te maken met steeds strengere beperkingen, uitsluiting van markten en uiteindelijk deportatie. Het feit dat de schrijver op dit moment al "steun" moet aanvragen, getuigt van de precaire situatie waarin veel kleine zelfstandigen in de stad verkeerden aan het begin van de oorlog.

Kooplieden in dit dossier 100

A.L. Schmidt Waterlooplein
Aaron en Schmidt *?* Waterlooplein
A.A. Cohen Waterlooplein 150
A.J. Leman Waterlooplein
A.M. Pid Waterlooplein
A.M. Pile Waterlooplein
A.Poggemeyer Waterlooplein
A.Poggemeyer Waterlooplein
G. Hengeltr Waterlooplein
A.v.d.Hengel Waterlooplein
B. Franschman Waterlooplein
B. Franschman Waterlooplein 200
B.Soester Waterlooplein
B.Soester [✓] Waterlooplein
J. van Goolingen Waterlooplein
B.v.Gool Waterlooplein
B.Westerbeek Waterlooplein
B.Westerbeek Waterlooplein
C.Blokdyk Waterlooplein
C.Blokdyk Waterlooplein
D. Bakker Waterlooplein
D. Bakker Waterlooplein
M. de Levie Waterlooplein
M. de Levie Waterlooplein
D. Franschman Waterlooplein
D. Franschman Waterlooplein 175
J. Vlasbloem Waterlooplein
J. Vlasbloem Waterlooplein
E. Bamberger Waterlooplein
E. Bamberger Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6