Getypte officiële brief/kennisgeving.
Origineel
Getypte officiële brief/kennisgeving. 5 oktober 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [Handgeschreven bovenaan:]
extra
[Rechtsboven:]
den Heer B. Reiss,
Van Musschenbroekstraat 25 II,
Amsterdam-Oost.
Wyk 11.
[Midden links:]
90/70/2 M
[Midden rechts:]
5 October 1940.
[Body:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 20 September jl.
bericht ik U, dat U voortaan Uw plaats op de markt Mosplein
regelmatig moet bezetten, daar de bedoelde plaats anders zal
worden ingetrokken, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen
van het Reglement op de Markten.
[Onderaan rechts:]
De Directeur, De brief is een formele waarschuwing aan de heer B. Reiss betreffende zijn staanplaats op de markt aan het Mosplein in Amsterdam-Noord. De strekking is administratief en dwingend: de geadresseerde wordt gesommeerd zijn plek regelmatig in te nemen, op straffe van intrekking van zijn vergunning op basis van het marktreglement.
Opvallend is dat de brief een reactie is op een schrijven van de heer Reiss zelf van twee weken daarvoor (20 september 1940). De term "extra" bovenaan kan duiden op een specifieke administratieve categorie of een kopie voor een extra dossier. Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (oktober 1940). Hoewel de brief op het eerste gezicht een standaard administratieve handeling lijkt van de gemeente Amsterdam, krijgt het een beladen betekenis wanneer men kijkt naar de geadresseerde.
Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat op het adres Van Musschenbroekstraat 25-II in Amsterdam-Oost de Joodse marktkoopman Bernard Reiss (geboren in 1904) woonde. In deze fase van de bezetting begonnen de autoriteiten de regels voor Joodse markthandelaren steeds strikter te handhaven of als voorwendsel te gebruiken om hun economische positie te verzwakken. Veel Joodse handelaren hadden in deze tijd moeite hun handel voort te zetten door opkomende beperkingen of de dreigende sfeer.
De heer Reiss is later in de oorlog gedeporteerd en in juli 1943 in vernietigingskamp Sobibor vermoord. Dit document vormt daarmee een tastbaar bewijs van de bureaucratische druk waaronder Joodse Amsterdammers al vroeg in de bezettingstijd kwamen te staan. B. Reiss Reiss is (De heer) Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
De brief is een formele waarschuwing aan de heer B. Reiss betreffende zijn staanplaats op de markt aan het Mosplein in Amsterdam-Noord. De strekking is administratief en dwingend: de geadresseerde wordt gesommeerd zijn plek regelmatig in te nemen, op straffe van intrekking van zijn vergunning op basis van het marktreglement.
Opvallend is dat de brief een reactie is op een schrijven van de heer Reiss zelf van twee weken daarvoor (20 september 1940). De term "extra" bovenaan kan duiden op een specifieke administratieve categorie of een kopie voor een extra dossier.
Historische Context
Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (oktober 1940). Hoewel de brief op het eerste gezicht een standaard administratieve handeling lijkt van de gemeente Amsterdam, krijgt het een beladen betekenis wanneer men kijkt naar de geadresseerde.
Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat op het adres Van Musschenbroekstraat 25-II in Amsterdam-Oost de Joodse marktkoopman Bernard Reiss (geboren in 1904) woonde. In deze fase van de bezetting begonnen de autoriteiten de regels voor Joodse markthandelaren steeds strikter te handhaven of als voorwendsel te gebruiken om hun economische positie te verzwakken. Veel Joodse handelaren hadden in deze tijd moeite hun handel voort te zetten door opkomende beperkingen of de dreigende sfeer.
De heer Reiss is later in de oorlog gedeporteerd en in juli 1943 in vernietigingskamp Sobibor vermoord. Dit document vormt daarmee een tastbaar bewijs van de bureaucratische druk waaronder Joodse Amsterdammers al vroeg in de bezettingstijd kwamen te staan.