Ambtelijke notitie/memo op een archiefkaart.
Origineel
Ambtelijke notitie/memo op een archiefkaart. 1 oktober 1940 (met een latere aftekening op 5 oktober 1940). Het verzoek van M. Grootkerk dient m.i. te
worden afgewezen.
Aan Grootkerk moet worden bericht,
dat hij zijn plaats op de markt Mosplein
geregeld d.w.z. drie keer per vier weken
moet bezetten, daar anders de plaats wordt
ingetrokken.
1-10-'40
de Haas
[Onderaan in rood potlood:] 90/31/2
[In zwart schrift:] 5/10-'40 [gevolgd door een paraaf/teken]
[In potlood:] 12 De kern van dit document is een ambtelijke beslissing over de marktvergunning van een zekere M. Grootkerk.
1. Afwijzing: Een niet nader gespecificeerd verzoek van Grootkerk wordt door de ambtenaar De Haas negatief beoordeeld ("dient m.i. te worden afgewezen").
2. Waarschuwing: Er wordt een strikte voorwaarde gesteld aan het behoud van zijn staanplaats op de markt aan het Mosplein in Amsterdam-Noord. Hij moet minimaal drie van de vier weken aanwezig zijn.
3. Sanctie: Indien hij hier niet aan voldoet, zal zijn vergunning worden ingetrokken. De notitie onderaan (5/10-'40) suggereert dat de beslissing enkele dagen later formeel is verwerkt of verzonden. Dit document dateert van oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De naam Grootkerk is een bekende Joodse achternaam in Amsterdam.
In deze periode begonnen de bezetter en het collaborerende stadsbestuur met het stapsgewijs beperken van de economische vrijheden van Joodse burgers. Hoewel de notitie op het eerste gezicht een routineuze handhaving van marktregels lijkt, kregen dergelijke voorschriften in 1940 en 1941 vaak een dwingender en repressiever karakter jegens Joodse marktkooplieden. Het strikt handhaven van aanwezigheidsplichten was een methode om handelaren die vanwege de omstandigheden (of discriminatie) hun nering niet konden voortzetten, hun standplaats formeel af te nemen. Niet lang na deze datum zouden Joodse handelaren volledig van de reguliere markten worden verbannen en naar specifieke "Jodenmarkten" worden verdreven. M. Grootkerk
Samenvatting
De kern van dit document is een ambtelijke beslissing over de marktvergunning van een zekere M. Grootkerk.
1. Afwijzing: Een niet nader gespecificeerd verzoek van Grootkerk wordt door de ambtenaar De Haas negatief beoordeeld ("dient m.i. te worden afgewezen").
2. Waarschuwing: Er wordt een strikte voorwaarde gesteld aan het behoud van zijn staanplaats op de markt aan het Mosplein in Amsterdam-Noord. Hij moet minimaal drie van de vier weken aanwezig zijn.
3. Sanctie: Indien hij hier niet aan voldoet, zal zijn vergunning worden ingetrokken. De notitie onderaan (5/10-'40) suggereert dat de beslissing enkele dagen later formeel is verwerkt of verzonden.
Historische Context
Dit document dateert van oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De naam Grootkerk is een bekende Joodse achternaam in Amsterdam.
In deze periode begonnen de bezetter en het collaborerende stadsbestuur met het stapsgewijs beperken van de economische vrijheden van Joodse burgers. Hoewel de notitie op het eerste gezicht een routineuze handhaving van marktregels lijkt, kregen dergelijke voorschriften in 1940 en 1941 vaak een dwingender en repressiever karakter jegens Joodse marktkooplieden. Het strikt handhaven van aanwezigheidsplichten was een methode om handelaren die vanwege de omstandigheden (of discriminatie) hun nering niet konden voortzetten, hun standplaats formeel af te nemen. Niet lang na deze datum zouden Joodse handelaren volledig van de reguliere markten worden verbannen en naar specifieke "Jodenmarkten" worden verdreven.