Archiefdocument
Origineel
8 october 1940. MARKTWEZEN AMSTERDAM HG.
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 90/74/1 M.
BIJLAGE _
ONDERWERP: _
AMSTERDAM (W.) 8 October 1940.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN Mw. S. de Brave-Simons,
Muiderstraat 8 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
Op grond van het feit, dat U geen gevolg hebt gegeven aan de aan U gerichte schriftelijke waarschuwing om Uw plaats op de markt Mosplein regelmatig te bezetten, behoort Uw marktplaats ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten te worden ingetrokken.
Alvorens hiertoe te besluiten roep ik U op om op 9 of 11 Oct. a.s. om 9 uur v.m. te komen bij den Inspecteur van mijn dienst, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formele aanzegging tot het intrekken van een marktvergunning. Mevrouw S. de Brave-Simons wordt verweten dat zij haar toegewezen standplaats op de markt aan het Mosplein (Amsterdam-Noord) niet regelmatig bezet, ondanks een eerdere waarschuwing.
* Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar artikel 11 van het Reglement op de Markten.
* Procedure: Voordat het definitieve besluit tot intrekking wordt genomen, krijgt de geadresseerde de gelegenheid om op 9 of 11 oktober 1940 op gesprek te komen bij de Inspecteur van het Marktwezen aan de Jan van Galenstraat.
* Toon: De toon is ambtelijk en dwingend. * Historische periode: De brief dateert van 8 oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
* Sociale context: De geadresseerde, mevrouw S. de Brave-Simons, woonde in de Muiderstraat, een straat in de Joodse buurt van Amsterdam. Haar achternaam en woonplaats wijzen erop dat zij van Joodse afkomst was.
* Betekenis: Hoewel de brief op het eerste gezicht een louter administratieve kwestie lijkt (het niet benutten van een marktplaats), moet dit gezien worden in het licht van de beginnende anti-Joodse maatregelen. Tijdens de bezetting werd het Joodse burgers steeds moeilijker gemaakt hun beroep uit te oefenen. Marktkooplui waren vaak afhankelijk van hun standplaats voor hun inkomen. In de loop van 1941 zouden Joden zelfs geheel van de openbare markten worden geweerd. Deze brief kan een vroege stap zijn in het proces van economische uitsluiting en bureauctratische pesterijen jegens de Joodse bevolking in Amsterdam. S. de Brave Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
- Inhoud: De brief is een formele aanzegging tot het intrekken van een marktvergunning. Mevrouw S. de Brave-Simons wordt verweten dat zij haar toegewezen standplaats op de markt aan het Mosplein (Amsterdam-Noord) niet regelmatig bezet, ondanks een eerdere waarschuwing.
- Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar artikel 11 van het Reglement op de Markten.
- Procedure: Voordat het definitieve besluit tot intrekking wordt genomen, krijgt de geadresseerde de gelegenheid om op 9 of 11 oktober 1940 op gesprek te komen bij de Inspecteur van het Marktwezen aan de Jan van Galenstraat.
- Toon: De toon is ambtelijk en dwingend.
Historische Context
- Historische periode: De brief dateert van 8 oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
- Sociale context: De geadresseerde, mevrouw S. de Brave-Simons, woonde in de Muiderstraat, een straat in de Joodse buurt van Amsterdam. Haar achternaam en woonplaats wijzen erop dat zij van Joodse afkomst was.
- Betekenis: Hoewel de brief op het eerste gezicht een louter administratieve kwestie lijkt (het niet benutten van een marktplaats), moet dit gezien worden in het licht van de beginnende anti-Joodse maatregelen. Tijdens de bezetting werd het Joodse burgers steeds moeilijker gemaakt hun beroep uit te oefenen. Marktkooplui waren vaak afhankelijk van hun standplaats voor hun inkomen. In de loop van 1941 zouden Joden zelfs geheel van de openbare markten worden geweerd. Deze brief kan een vroege stap zijn in het proces van economische uitsluiting en bureauctratische pesterijen jegens de Joodse bevolking in Amsterdam.