Archiefdocument
Origineel
[Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 90/76/1 1940
DOORGEZONDEN: 11/10
[Rechtsboven:]
849
J. Roosselaar pl. 65 ? Alb. Cuypstr.
M.S. 7a Mho '39
~~ingetrokken 9 sept j.l.~~
[Midden:]
Het verzoek van Ph. Roosselaar kan m.i. niet worden ingewilligd.
[Doorgestreepte tekst:]
~~De plaats van J Roosselaar op de markt aan de Alb. Cuypstraat is dd. 9 Sept j.l. ingetrokken.~~
[Onderaan:]
15-10-'40
de Haan
17/10/40 [links]
90/76/2 [in rood potlood]
2 -
Inp. Aan Weth. is voorgesteld om plaats ingevolge Art 11 v R. v. M. in te trekken. Na informatie bleek, dat voorstel om aanvr. is gezonden naar den directeur voor Maatsch. Steun
Mrd 16/10
--- Dit document is een ambtelijke notitie van de gemeente Amsterdam betreffende een marktplaatsvergunning aan de Albert Cuypstraat. De kern van de zaak betreft een lid van de familie Roosselaar (genoemd worden J. en Ph. Roosselaar).
Uit de aantekeningen blijkt een administratieve onduidelijkheid:
1. Aanvankelijk werd gemeld dat de plaats (nummer 65) op 9 september 1940 was ingetrokken.
2. Een verzoek van Ph. Roosselaar wordt afgewezen.
3. De ambtenaar De Haan rapporteert op 15 oktober dat er een voorstel aan de Wethouder is gedaan om de plaats in te trekken op basis van Artikel 11 van het Reglement voor de Markten (R.v.M.).
4. Er is echter geconstateerd dat de aanvraag/het voorstel is doorgestuurd naar de Directeur voor Maatschappelijke Steun. Dit wijst erop dat er mogelijk sprake was van een hulpvraag of financiële onmacht van de marktkraamhouder.
--- Het document dateert uit oktober 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. In deze periode begon de bezetter met het invoeren van beperkende maatregelen, ook voor markthandelaren.
Hoewel dit specifieke document niet expliciet melding maakt van de achtergrond van de familie Roosselaar, was de afdeling "Maatschappelijke Steun" in die tijd nauw betrokken bij Amsterdammers die door de oorlogsomstandigheden of veranderende regelgeving in financiële nood kwamen. De verwijzing naar Artikel 11 van het Reglement voor de Markten duidt op de juridische grondslag voor het beëindigen van een standplaatsvergunning, bijvoorbeeld bij het niet persoonlijk bezetten van de kraam of het niet betalen van marktgeld. J. Roosselaar M. No Gemeente Amsterdam
Samenvatting
Dit document is een ambtelijke notitie van de gemeente Amsterdam betreffende een marktplaatsvergunning aan de Albert Cuypstraat. De kern van de zaak betreft een lid van de familie Roosselaar (genoemd worden J. en Ph. Roosselaar).
Uit de aantekeningen blijkt een administratieve onduidelijkheid:
1. Aanvankelijk werd gemeld dat de plaats (nummer 65) op 9 september 1940 was ingetrokken.
2. Een verzoek van Ph. Roosselaar wordt afgewezen.
3. De ambtenaar De Haan rapporteert op 15 oktober dat er een voorstel aan de Wethouder is gedaan om de plaats in te trekken op basis van Artikel 11 van het Reglement voor de Markten (R.v.M.).
4. Er is echter geconstateerd dat de aanvraag/het voorstel is doorgestuurd naar de Directeur voor Maatschappelijke Steun. Dit wijst erop dat er mogelijk sprake was van een hulpvraag of financiële onmacht van de marktkraamhouder.
Historische Context
Het document dateert uit oktober 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. In deze periode begon de bezetter met het invoeren van beperkende maatregelen, ook voor markthandelaren.
Hoewel dit specifieke document niet expliciet melding maakt van de achtergrond van de familie Roosselaar, was de afdeling "Maatschappelijke Steun" in die tijd nauw betrokken bij Amsterdammers die door de oorlogsomstandigheden of veranderende regelgeving in financiële nood kwamen. De verwijzing naar Artikel 11 van het Reglement voor de Markten duidt op de juridische grondslag voor het beëindigen van een standplaatsvergunning, bijvoorbeeld bij het niet persoonlijk bezetten van de kraam of het niet betalen van marktgeld.