Dienstnota / Rapport van bevindingen.
Origineel
Dienstnota / Rapport van bevindingen. 2 november 1940. Een ambtenaar van de Dienst Marktwezen (handtekening lijkt op v.d. Raay). De Heer Inspecteur voor het Marktwezen, Amsterdam. [Stempel linksboven:]
№ 90/84 / M. 1940
[Adressering:]
Den Heer Inspecteur voor het Marktwezen.
Amsterdam
[Hoofdtekst:]
Hedenavond moest om 5:45 n.m. de markten ontruimd zijn.
Om 6 uur n.m. waren onderstaande kooplieden nog grootendeels uitgepakt en zelfs nog aan het verkoopen.
[Lijst met accoladen:]
Plaathouder No 33. J. Roilofs met kousen ]
** -- " -- No 62. Vreedenhuyzen-Brilleman met fruit ] Mosplein
** -- " -- No 1.22. Stodel met fruit ]
** -- " -- No 79. Hillen met huish: artikelen ]**
[Datering en ondertekening:]
Amsterdam 2 November 1940 z.o.z.
De Ambtenaar
[Handtekening]
[Kanttekening links, diagonaal geschreven:]
Waarschuwing
8 v. p.
5-11-40
[Handtekening] Dit document is een ambtelijke melding van een overtreding van de geldende marktverordening in Amsterdam. De marktmeester of opziener rapporteert dat op de avond van 2 november 1940, vijftien minuten na de officiële sluitingstijd van 17:45 uur, vier specifieke kooplieden op het Mosplein nog steeds hun handel aan het drijven waren.
De genoteerde kooplieden zijn:
1. J. Roilofs (handelend in kousen)
2. Vreedenhuyzen-Brilleman (handelend in fruit)
3. Stodel (handelend in fruit)
4. Hillen (handelend in huishoudelijke artikelen)
De toevoeging "z.o.z." (zie ommezijde) onderaan de datum suggereert dat er op de achterkant van het originele document mogelijk nog aanvullende informatie of een vervolg van de lijst staat. De kanttekening in de marge toont de administratieve afhandeling: op 5 november 1940 is er een officiële waarschuwing uitgegaan naar de betrokkenen. Het document dateert uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (november 1940). In deze tijd functioneerden de gemeentelijke diensten van Amsterdam, zoals het Marktwezen, grotendeels door volgens de bestaande reglementen. Handhaving van de sluitingstijden was een standaardonderdeel van het toezicht.
Historisch gezien zijn de namen Brilleman en Stodel opvallend; dit zijn bekende Joodse familienamen binnen de Amsterdamse marktwereld. In november 1940 mochten Joodse kooplieden nog op de algemene markten staan, maar de druk vanuit de bezetter nam toe. Vanaf 1941 zouden Joodse kooplieden volledig van de reguliere markten (zoals die op het Mosplein in Amsterdam-Noord) worden verbannen en gedwongen worden naar speciaal aangewezen "Jodenmarkten". Dit document legt een moment vast van de dagelijkse gang van zaken vlak voordat deze ingrijpende uitsluiting definitief werd.