Administratieve notitie of archiefkaart.
Origineel
Administratieve notitie of archiefkaart. 6 november 1940 (met aantekening voor 16 november 1940). E. Hillesum , Koestraat 10 II 90/84 h
G.A. Roelofs , Bloedstraat 18 90/84 b
A.S. Stodel , Rapenburgerstraat 79 bov. 90/84/4
~~Woonhuizen~~
R. Witsenhausen - Brilleman, Jodenbreestr. 52 II
90/52/2 straf 1 dag voorwaardelijk geschorst
wegens niet tijdig markt verlaten. 90/84/5
Zaterdag 16 november
Schorsen!
6-11-40
[Paraaf, mogelijk "deltas"]
[Rechtsonder:] 7/11-40 K Dit handgeschreven document lijkt een interne notitie te zijn van een Amsterdamse overheidsinstantie (waarschijnlijk de politie of de marktmeester) tijdens de vroege fase van de Duitse bezetting. Het bevat een lijst van personen met hun adressen en dossiernummers. Alle genoemde adressen bevinden zich in de Amsterdamse Jodenbuurt.
De focus van de notitie ligt op R. Witsenhausen-Brilleman, die een straf krijgt van "1 dag voorwaardelijk geschorst" (waarschijnlijk een schorsing van haar marktvergunning). De reden hiervoor is "niet tijdig markt verlaten". Dit wijst op een strikte handhaving van de marktreglementen die destijds golden. Onder de namen staat het woord "Woonhuizen" doorgestreept, wat suggereert dat de lijst oorspronkelijk bedoeld was voor woonadrescontrole of dat de context veranderde naar marktgerelateerde overtredingen.
Een historisch significant detail is de vermelding van E. Hillesum op de Koestraat 10 II. Dit is de bekende schrijfster Etty Hillesum, die inderdaad op dit adres woonde in 1940. In november 1940 was Nederland zes maanden bezet. De Duitse autoriteiten begonnen in deze periode met het systematisch registreren en beperken van de vrijheden van de Joodse bevolking. Markten zoals die op het Waterlooplein en in de Jodenbreestraat stonden onder streng toezicht. Kleine overtredingen, zoals het te laat verlaten van de marktkraam, werden genoteerd en bestraft met tijdelijke schorsingen van de handelsvergunning.
Dergelijke documenten geven inzicht in de bureaucratische manier waarop de bezetter en lokale instanties de controle over de Joodse gemeenschap in Amsterdam intensiveerden, nog voordat de grootschalige deportaties begonnen. Het feit dat Etty Hillesum op deze lijst staat naast iemand die gestraft wordt voor een marktovertreding, suggereert dat deze specifieke groep personen om een administratieve reden (wellicht hun status als markthandelaren of bewoners van een specifiek blok) gezamenlijk werd gemonitord. E. Hillesum G.A. Roelofs A.S. Stodel R. Witsenhausen-Brilleman. Politie
Samenvatting
Dit handgeschreven document lijkt een interne notitie te zijn van een Amsterdamse overheidsinstantie (waarschijnlijk de politie of de marktmeester) tijdens de vroege fase van de Duitse bezetting. Het bevat een lijst van personen met hun adressen en dossiernummers. Alle genoemde adressen bevinden zich in de Amsterdamse Jodenbuurt.
De focus van de notitie ligt op R. Witsenhausen-Brilleman, die een straf krijgt van "1 dag voorwaardelijk geschorst" (waarschijnlijk een schorsing van haar marktvergunning). De reden hiervoor is "niet tijdig markt verlaten". Dit wijst op een strikte handhaving van de marktreglementen die destijds golden. Onder de namen staat het woord "Woonhuizen" doorgestreept, wat suggereert dat de lijst oorspronkelijk bedoeld was voor woonadrescontrole of dat de context veranderde naar marktgerelateerde overtredingen.
Een historisch significant detail is de vermelding van E. Hillesum op de Koestraat 10 II. Dit is de bekende schrijfster Etty Hillesum, die inderdaad op dit adres woonde in 1940.
Historische Context
In november 1940 was Nederland zes maanden bezet. De Duitse autoriteiten begonnen in deze periode met het systematisch registreren en beperken van de vrijheden van de Joodse bevolking. Markten zoals die op het Waterlooplein en in de Jodenbreestraat stonden onder streng toezicht. Kleine overtredingen, zoals het te laat verlaten van de marktkraam, werden genoteerd en bestraft met tijdelijke schorsingen van de handelsvergunning.
Dergelijke documenten geven inzicht in de bureaucratische manier waarop de bezetter en lokale instanties de controle over de Joodse gemeenschap in Amsterdam intensiveerden, nog voordat de grootschalige deportaties begonnen. Het feit dat Etty Hillesum op deze lijst staat naast iemand die gestraft wordt voor een marktovertreding, suggereert dat deze specifieke groep personen om een administratieve reden (wellicht hun status als markthandelaren of bewoners van een specifiek blok) gezamenlijk werd gemonitord.