Dienstbrief / Aanmaning
Origineel
Dienstbrief / Aanmaning 7 november 1940 De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen in Amsterdam) [Handgeschreven rechtsboven:]
Verzonden 8/11 m. d. Leer
[Typschrift:]
No.90/84/2 M E.Hillesum Koestraat 16 I
No.90/84/3 M G.A.Roelofs Bloedstraat 18
No.90/84/4 M A.S.Stodel Rapenburgerstraat 79 boven
7 November 1940
My is gerapporteerd, dat U op Zaterdag 2 November jl. de markt aan het Mosplein niet op het voorgeschreven tydstip met Uw goederen had verlaten.
Ik maan U hierby aan U ten deze voortaan stipt aan den vastgestelden tyd te houden.
De Directeur, Dit document is een formele waarschuwing of aanmaning gericht aan drie marktkooplieden. De directeur van de betreffende dienst (waarschijnlijk het Amsterdamse Marktwezen) stelt vast dat zij op zaterdag 2 november 1940 de markt op het Mosplein in Amsterdam-Noord niet op tijd hebben verlaten.
De brief is kort en zakelijk van toon. Opvallend is het gebruik van de letter 'y' waar men tegenwoordig 'ij' zou verwachten (bijv. "My", "tydstip", "hierby", "tyd"), wat destijds op typemachines een gebruikelijke substitutie was of een spellingsvariant. De handgeschreven notitie rechtsboven geeft aan dat de brief feitelijk op 8 november is verzonden.
De adressen van de geadresseerden (Koestraat, Bloedstraat, Rapenburgerstraat) bevinden zich in of direct nabij de Amsterdamse Jodenbuurt, wat relevant is gezien de datum en de namen van de betrokkenen. De brief dateert van november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de bezetter met het invoeren van steeds meer beperkende maatregelen, specifiek gericht tegen de Joodse bevolking. De namen Hillesum en Stodel zijn bekende namen binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam; de Rapenburgerstraat was een centrale straat in de Joodse wijk.
Hoewel de brief op zichzelf een reguliere handhaving van marktregels lijkt te betreffen, kan de strikte naleving van voorschriften in deze periode niet los worden gezien van de toenemende controle en bureaucratische druk op Joodse burgers en ondernemers. De markt op het Mosplein was een belangrijke marktplaats in Amsterdam-Noord waar veel handelaren uit de rest van de stad hun waren verkochten. De geadresseerden waren waarschijnlijk marktkooplieden die de zware economische gevolgen van de bezetting reeds begonnen te voelen. A.S. Stodel E. Hillesum G.A. Roelofs Marktwezen
Samenvatting
Dit document is een formele waarschuwing of aanmaning gericht aan drie marktkooplieden. De directeur van de betreffende dienst (waarschijnlijk het Amsterdamse Marktwezen) stelt vast dat zij op zaterdag 2 november 1940 de markt op het Mosplein in Amsterdam-Noord niet op tijd hebben verlaten.
De brief is kort en zakelijk van toon. Opvallend is het gebruik van de letter 'y' waar men tegenwoordig 'ij' zou verwachten (bijv. "My", "tydstip", "hierby", "tyd"), wat destijds op typemachines een gebruikelijke substitutie was of een spellingsvariant. De handgeschreven notitie rechtsboven geeft aan dat de brief feitelijk op 8 november is verzonden.
De adressen van de geadresseerden (Koestraat, Bloedstraat, Rapenburgerstraat) bevinden zich in of direct nabij de Amsterdamse Jodenbuurt, wat relevant is gezien de datum en de namen van de betrokkenen.
Historische Context
De brief dateert van november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de bezetter met het invoeren van steeds meer beperkende maatregelen, specifiek gericht tegen de Joodse bevolking. De namen Hillesum en Stodel zijn bekende namen binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam; de Rapenburgerstraat was een centrale straat in de Joodse wijk.
Hoewel de brief op zichzelf een reguliere handhaving van marktregels lijkt te betreffen, kan de strikte naleving van voorschriften in deze periode niet los worden gezien van de toenemende controle en bureaucratische druk op Joodse burgers en ondernemers. De markt op het Mosplein was een belangrijke marktplaats in Amsterdam-Noord waar veel handelaren uit de rest van de stad hun waren verkochten. De geadresseerden waren waarschijnlijk marktkooplieden die de zware economische gevolgen van de bezetting reeds begonnen te voelen.