Handgeschreven brief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (ambtelijke correspondentie). 20 november 1940. J. Renz. Dapperstraat
20 Nov: 1940
Den Heer
Inspecteur.
Hierbij zou ik U in overweging willen
geven, het verzoek van J. Montezinos pl: n:
53 niet toe te staan. Aangezien op de markt
Dapperstraat, de m:i: slechte bepaling be-
staat, dat de kooplieden maar 1x per
week verplicht zijn hun plaats te bezetten,
zou er van die markt niets overblijven, als
er nu nog voor de wintermaanden, uit-
stel van plaats bezetten werd verleend. -
J. Renz. In deze brief adviseert J. Renz de marktinspecteur om een verzoek van een marktkoopman genaamd J. Montezinos (staanplaats nummer 53) af te wijzen. Montezinos heeft blijkbaar gevraagd om uitstel van de verplichting om zijn marktplaats te bezetten tijdens de wintermaanden.
Renz voert als argument aan dat de huidige regeling op de Dappermarkt al erg laks is: kooplieden hoeven hun plek slechts één keer per week in te nemen. Volgens de schrijver is dit een "slechte bepaling". Hij vreest dat als er nog meer uitzonderingen of uitstelmogelijkheden worden verleend voor de winterperiode, er van de hele markt weinig meer over zal blijven (leegloop). De toon is zakelijk en adviserend, maar ook kritisch op de geldende regelgeving. Het document is gedateerd op 20 november 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Dapperstraat in Amsterdam-Oost was (en is) een bekende marktstraat in een buurt waar destijds veel Joodse Amsterdammers woonden en werkten.
De achternaam "Montezinos" is van Sefardisch-Joodse oorsprong. In de herfst van 1940 begonnen de bezetters met het invoeren van de eerste anti-Joodse maatregelen, waaronder de registratie van Joodse ondernemingen (Verordening 189/40 van 22 oktober 1940). Hoewel deze brief op het eerste gezicht een puur administratieve kwestie over marktvergunningen lijkt, kan de context van de bezetting en de toenemende druk op Joodse burgers en ondernemers niet genegeerd worden. In de loop van 1941 zouden Joden uiteindelijk geheel van de openbare markten geweerd worden. Of de afwijzing in dit specifieke geval een bureaucratische of een discriminerende grondslag had, is op basis van enkel dit document niet met zekerheid te zeggen, maar de tijdsperiode en de naam maken het een beladen document. Inspecteur (De heer) J. Montezinos J. Renz Marktwezen
Samenvatting
In deze brief adviseert J. Renz de marktinspecteur om een verzoek van een marktkoopman genaamd J. Montezinos (staanplaats nummer 53) af te wijzen. Montezinos heeft blijkbaar gevraagd om uitstel van de verplichting om zijn marktplaats te bezetten tijdens de wintermaanden.
Renz voert als argument aan dat de huidige regeling op de Dappermarkt al erg laks is: kooplieden hoeven hun plek slechts één keer per week in te nemen. Volgens de schrijver is dit een "slechte bepaling". Hij vreest dat als er nog meer uitzonderingen of uitstelmogelijkheden worden verleend voor de winterperiode, er van de hele markt weinig meer over zal blijven (leegloop). De toon is zakelijk en adviserend, maar ook kritisch op de geldende regelgeving.
Historische Context
Het document is gedateerd op 20 november 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Dapperstraat in Amsterdam-Oost was (en is) een bekende marktstraat in een buurt waar destijds veel Joodse Amsterdammers woonden en werkten.
De achternaam "Montezinos" is van Sefardisch-Joodse oorsprong. In de herfst van 1940 begonnen de bezetters met het invoeren van de eerste anti-Joodse maatregelen, waaronder de registratie van Joodse ondernemingen (Verordening 189/40 van 22 oktober 1940). Hoewel deze brief op het eerste gezicht een puur administratieve kwestie over marktvergunningen lijkt, kan de context van de bezetting en de toenemende druk op Joodse burgers en ondernemers niet genegeerd worden. In de loop van 1941 zouden Joden uiteindelijk geheel van de openbare markten geweerd worden. Of de afwijzing in dit specifieke geval een bureaucratische of een discriminerende grondslag had, is op basis van enkel dit document niet met zekerheid te zeggen, maar de tijdsperiode en de naam maken het een beladen document.