Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie). 2 december 1940 (met handgeschreven verzenddatum 3/12). De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). Den heer I. Montezinos, Gelderschekade 73 I, Amsterdam-Centrum. [Rechtsboven, handgeschreven:]
M. de Beer [?]
[Rechtsboven, getypt:]
VD/HG.
[Linksboven, diagonaal handgeschreven:]
Verzonden 3/12
[Gecentreerd boven:]
den heer I.Montezinos,
Gelderschekade 73 I,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 1.
[Linkermarge:]
90/85/5 M.
[Rechtsmarge:]
2 December 1940.
[Body tekst:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 13 November jl. be-
richt ik U, dat aan het daarin vervatte verzoek niet kan worden
voldaan. U dient Uw plaatsen op de markten Mosplein en Dapperstraat
overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Reglement op
de Markten te bezetten, daar deze plaatsen anders zullen worden in-
getrokken.
[Ondertekening:]
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formele afwijzing van een verzoek dat Isaac Montezinos op 13 november 1940 had ingediend. Hoewel de aard van het verzoek niet expliciet wordt genoemd, blijkt uit de context dat het gaat over zijn marktstaanplaatsen op het Mosplein (Amsterdam-Noord) en de Dapperstraat (Amsterdam-Oost). De directeur sommeert hem deze plaatsen conform het reglement te bezetten, op straffe van intrekking van de vergunning.
* Toon: De toon is strikt zakelijk, bureaucratisch en dwingend. Er wordt geen ruimte gelaten voor coulance.
* Contextuele aanwijzingen: De namen van de markten en de adressering bevestigen dat dit een document uit het Amsterdamse stadsarchief betreft, specifiek gerelateerd aan de marktwezen-administratie. * Historische periode: De brief is gedateerd december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
* De ontvanger: De achternaam 'Montezinos' is een bekende Sefardisch-Joodse naam in Amsterdam. In deze fase van de bezetting begonnen de anti-Joodse maatregelen toe te nemen.
* Betekenis: Hoewel de brief op het eerste gezicht een routineuze administratieve kwestie lijkt over het niet gebruiken van marktplaatsen, krijgt het een beladen lading door de tijdgeest. Joodse marktkooplieden ondervonden in deze periode toenemende beperkingen en intimidatie. Het dwingen tot aanwezigheid (of het dreigen met intrekking bij afwezigheid) was een methode om grip te houden op de vergunningen. Niet veel later, in 1941, zouden Joodse marktkooplieden geheel van de reguliere markten worden verbannen en gedwongen worden op speciaal aangewezen "Joodsche markten" te staan. Deze brief kan gezien worden als een voorbode van het verlies van levensonderhoud voor de geadresseerde onder het mom van strikte reglementering. I. Montezinos M. de Beer Marktwezen