Brief (doorslag van een getypt schrijven)
Origineel
Brief (doorslag van een getypt schrijven) 4 december 1940 De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst van de Gemeente Amsterdam) Den Heer I. van Sister, Manegestraat 4 I, Amsterdam-Centrum extra
HG.
den Heer I.van Sister,
Manegestraat 4 I,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 10.
90/91/3 M. 4 December 1940.
Mij is gerapporteerd, dat U op Zaterdag 30 November jl.
de markt aan het Mosplein niet op het voorgeschreven tijdstip met
Uw goederen had verlaten.
Ik maan U hierbij aan U ten deze voortaan stipt aan den
vastgestelden tijd te houden.
De Directeur, Het document is een officiële, bureaucratische vermaning gericht aan een marktkoopman. De toon is streng en zakelijk ("Ik maan U hierbij aan"). De kern van de klacht is een overtreding van de marktreglementen: de heer Van Sister heeft op zaterdag 30 november 1940 zijn staanplaats op de markt aan het Mosplein (Amsterdam-Noord) niet tijdig ontruimd.
Dergelijke documenten zijn typerend voor de strikte regulering van het openbare leven en de handel door de gemeentelijke instanties in die tijd. De vermelding "Wijk 10" en het dossiernummer wijzen op een nauwkeurige administratieve verslaglegging van marktkooplieden en hun gedrag. Hoewel de brief op het eerste gezicht een triviale administratieve kwestie lijkt, is de historische context van december 1940 van groot belang. Nederland bevond zich op dat moment in de beginfase van de Duitse bezetting.
De ontvanger, Izak van Sister (geboren in 1888), was een Joodse koopman in manufacturen (textiel). In de loop van 1941 werden Joodse marktkooplieden door de bezetter steeds verder beperkt en uiteindelijk volledig uitgesloten van de reguliere markten. De administratieve strengheid die uit deze brief spreekt, past in het beeld van de toenemende druk op de Joodse bevolking in Amsterdam. Izak van Sister is, evenals zijn vrouw en kinderen, later in de oorlog gedeporteerd; hij werd in juni 1943 vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Dit document is daarmee een tastbaar overblijfsel van de dagelijkse bureaucratische realiteit waarmee hij kort voor zijn deportatie te maken had. I. van Sister Gemeente Amsterdam
Samenvatting
Het document is een officiële, bureaucratische vermaning gericht aan een marktkoopman. De toon is streng en zakelijk ("Ik maan U hierbij aan"). De kern van de klacht is een overtreding van de marktreglementen: de heer Van Sister heeft op zaterdag 30 november 1940 zijn staanplaats op de markt aan het Mosplein (Amsterdam-Noord) niet tijdig ontruimd.
Dergelijke documenten zijn typerend voor de strikte regulering van het openbare leven en de handel door de gemeentelijke instanties in die tijd. De vermelding "Wijk 10" en het dossiernummer wijzen op een nauwkeurige administratieve verslaglegging van marktkooplieden en hun gedrag.
Historische Context
Hoewel de brief op het eerste gezicht een triviale administratieve kwestie lijkt, is de historische context van december 1940 van groot belang. Nederland bevond zich op dat moment in de beginfase van de Duitse bezetting.
De ontvanger, Izak van Sister (geboren in 1888), was een Joodse koopman in manufacturen (textiel). In de loop van 1941 werden Joodse marktkooplieden door de bezetter steeds verder beperkt en uiteindelijk volledig uitgesloten van de reguliere markten. De administratieve strengheid die uit deze brief spreekt, past in het beeld van de toenemende druk op de Joodse bevolking in Amsterdam. Izak van Sister is, evenals zijn vrouw en kinderen, later in de oorlog gedeporteerd; hij werd in juni 1943 vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Dit document is daarmee een tastbaar overblijfsel van de dagelijkse bureaucratische realiteit waarmee hij kort voor zijn deportatie te maken had.