Archief 745
Inventaris 745-340
Pagina 229
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke brief/conceptbrief.

7 december 1940. Van: Waarschijnlijk een ambtenaar van de Dienst van het Marktwezen Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven ambtelijke brief/conceptbrief. 7 december 1940. Waarschijnlijk een ambtenaar van de Dienst van het Marktwezen Amsterdam. A’dam, 7/12 40
Den Heer C.J. Burger
Oranjeboomstr. 29
Haarlem

Naar aanleiding van
Uw brief dd. 30 November jl.
bericht ik U, dat U zoo spoedig mogelijk
uw legitimatiekaart voor de
markt Mosplein bij mijne dienst moet inleveren,
tezamen met een verklaring van het
gemeentebestuur van Haarlem, waaruit
blijkt, dat U ondersteuning geniet
en deswege geen inkomsten uit
arbeid mag trekken. Uit bedoelde
verklaring moet tevens blijken
op welke datum de ondersteuning
is ingegaan.
Daarna kan ik U vrijstellen
van de betaling van marktgeld
van uw plaats op bovengenoemde
markt.

[Administratieve gegevens onderaan:]
90/92/257 (rood)
[Paraaf] 7/12 40
11/12/40 [Paraaf]
[Paraaf rechtsonder] * Inhoud: De brief is een reactie op een verzoek van de heer Burger uit Haarlem. Hij wil blijkbaar vrijstelling van het marktgeld voor zijn standplaats op de markt aan het Mosplein in Amsterdam-Noord. De ambtenaar legt uit dat hiervoor bewijs nodig is: zijn legitimatiekaart en een officiële verklaring van de gemeente Haarlem die aantoont dat hij een uitkering ("ondersteuning") ontvangt en daarom niet mag bijverdienen.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel en ambtelijk, kenmerkend voor de eerste helft van de 20e eeuw (gebruik van "Den Heer", "zoo spoedig mogelijk", "deswege").
* Vormgeving: Het document lijkt een kopie of een gearchiveerd concept. De toevoeging "bij mijne dienst" is boven de regel ingevoegd als correctie. De rode cijfers en de data onderaan wijzen op een zorgvuldige archivering en verwerking door verschillende loketten of ambtenaren. * Historische context: De brief is geschreven in december 1940, tijdens de eerste winter van de Duitse bezetting in Nederland. De economische situatie was precair. Veel mensen waren afhankelijk van "ondersteuning" (de toenmalige sociale bijstand). De regels hiervoor waren streng: wie ondersteuning ontving, mocht vaak geen andere inkomsten hebben.
* De Mospleinmarkt: Deze markt in Amsterdam-Noord was (en is) een belangrijke lokale markt. Voor marktkooplieden was het marktgeld een aanzienlijke kostenpost, zeker als de handel door de oorlogsomstandigheden of persoonlijke armoede stilviel.
* Bureaucreatie: Het document illustreert de bureaucratische afstemming tussen verschillende gemeenten (Haarlem en Amsterdam). Hoewel de heer Burger in Haarlem woonde, dreef hij handel in Amsterdam, waardoor hij met de regels van beide steden te maken kreeg.

Samenvatting

  • Inhoud: De brief is een reactie op een verzoek van de heer Burger uit Haarlem. Hij wil blijkbaar vrijstelling van het marktgeld voor zijn standplaats op de markt aan het Mosplein in Amsterdam-Noord. De ambtenaar legt uit dat hiervoor bewijs nodig is: zijn legitimatiekaart en een officiële verklaring van de gemeente Haarlem die aantoont dat hij een uitkering ("ondersteuning") ontvangt en daarom niet mag bijverdienen.
  • Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel en ambtelijk, kenmerkend voor de eerste helft van de 20e eeuw (gebruik van "Den Heer", "zoo spoedig mogelijk", "deswege").
  • Vormgeving: Het document lijkt een kopie of een gearchiveerd concept. De toevoeging "bij mijne dienst" is boven de regel ingevoegd als correctie. De rode cijfers en de data onderaan wijzen op een zorgvuldige archivering en verwerking door verschillende loketten of ambtenaren.

Historische Context

  • Historische context: De brief is geschreven in december 1940, tijdens de eerste winter van de Duitse bezetting in Nederland. De economische situatie was precair. Veel mensen waren afhankelijk van "ondersteuning" (de toenmalige sociale bijstand). De regels hiervoor waren streng: wie ondersteuning ontving, mocht vaak geen andere inkomsten hebben.
  • De Mospleinmarkt: Deze markt in Amsterdam-Noord was (en is) een belangrijke lokale markt. Voor marktkooplieden was het marktgeld een aanzienlijke kostenpost, zeker als de handel door de oorlogsomstandigheden of persoonlijke armoede stilviel.
  • Bureaucreatie: Het document illustreert de bureaucratische afstemming tussen verschillende gemeenten (Haarlem en Amsterdam). Hoewel de heer Burger in Haarlem woonde, dreef hij handel in Amsterdam, waardoor hij met de regels van beide steden te maken kreeg.

Locaties

Amsterdam (A’dam).

Kooplieden in dit dossier 100

A.L. Schmidt Waterlooplein
Aaron en Schmidt *?* Waterlooplein
A.A. Cohen Waterlooplein 150
A.J. Leman Waterlooplein
A.M. Pid Waterlooplein
A.M. Pile Waterlooplein
A.Poggemeyer Waterlooplein
A.Poggemeyer Waterlooplein
G. Hengeltr Waterlooplein
A.v.d.Hengel Waterlooplein
B. Franschman Waterlooplein
B. Franschman Waterlooplein 200
B.Soester Waterlooplein
B.Soester [✓] Waterlooplein
J. van Goolingen Waterlooplein
B.v.Gool Waterlooplein
B.Westerbeek Waterlooplein
B.Westerbeek Waterlooplein
C.Blokdyk Waterlooplein
C.Blokdyk Waterlooplein
D. Bakker Waterlooplein
D. Bakker Waterlooplein
M. de Levie Waterlooplein
M. de Levie Waterlooplein
D. Franschman Waterlooplein
D. Franschman Waterlooplein 175
J. Vlasbloem Waterlooplein
J. Vlasbloem Waterlooplein
E. Bamberger Waterlooplein
E. Bamberger Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6