Handgeschreven administratieve notitie/kanttekening op een dossierstuk.
Origineel
Handgeschreven administratieve notitie/kanttekening op een dossierstuk. [In zwarte inkt:]
M. i. kan aan A. Kruyshaar van Juni
1940 af restitutie worden verleend.
Zie bijgaande rapporten.
17-12-'40
de Haer
20.2
[In rood potlood:]
Ari.
Th. Müller stelt de principieele
vraag of in dit geval wel restitutie moet
worden gegeven!
Wij hebben geen (Bespr. s.v.p.)
controle op het gebruik
v. de ligplaats. Man
komt 1/2 jaar later plotseling
om restitutie!
21/1 '41 [paraf] Het document toont een interne administratieve discussie over een verzoek tot terugbetaling (restitutie).
- Het aanvankelijke advies (17-12-1940): De ambtenaar 'de Haer' adviseert positief ("M.i." staat voor Mijns inziens). Op basis van bijgevoegde rapporten zou A. Kruyshaar vanaf juni 1940 recht hebben op restitutie.
- De kritische kanttekening (21-01-1941): Een tweede persoon (waarschijnlijk een superieur of controller) uit in rood potlood felle twijfels. Hij verwijst naar een "principieele vraag" van Th. Müller.
- Het bezwaar: Het voornaamste argument tegen uitbetaling is het gebrek aan toezicht. Omdat er geen controle is geweest op het daadwerkelijke gebruik van de ligplaats, vindt de schrijver het verdacht dat de aanvrager pas een half jaar later ("1/2 jaar later plotseling") met een claim komt. De afkorting "Bespr. s.v.p." (Bespreken s'il vous plaît) geeft aan dat dit punt intern nog verder overlegd moet worden. Dit document dateert uit de eerste winter van de Duitse bezetting in Nederland (1940-1941). De term "ligplaats" wijst op een nautische context, waarschijnlijk een gemeentelijk havenbedrijf of een watersportvereniging. De datum van juni 1940 als startpunt voor de restitutie suggereert dat de aanvrager mogelijk door de oorlogsomstandigheden (de invasie in mei 1940 en de daaropvolgende beperkingen) geen gebruik heeft kunnen maken van zijn ligplaats en daarom zijn geld terugvraagt. De ambtelijke weerstand illustreert de bureaucratische zorgvuldigheid (of starheid) in een tijd van schaarste en veranderende regels. A. Kruyshaar (aanvrager) de Haer (ondertekenaar) Th. Müller (betrokkene).
Samenvatting
Het document toont een interne administratieve discussie over een verzoek tot terugbetaling (restitutie).
- Het aanvankelijke advies (17-12-1940): De ambtenaar 'de Haer' adviseert positief ("M.i." staat voor Mijns inziens). Op basis van bijgevoegde rapporten zou A. Kruyshaar vanaf juni 1940 recht hebben op restitutie.
- De kritische kanttekening (21-01-1941): Een tweede persoon (waarschijnlijk een superieur of controller) uit in rood potlood felle twijfels. Hij verwijst naar een "principieele vraag" van Th. Müller.
- Het bezwaar: Het voornaamste argument tegen uitbetaling is het gebrek aan toezicht. Omdat er geen controle is geweest op het daadwerkelijke gebruik van de ligplaats, vindt de schrijver het verdacht dat de aanvrager pas een half jaar later ("1/2 jaar later plotseling") met een claim komt. De afkorting "Bespr. s.v.p." (Bespreken s'il vous plaît) geeft aan dat dit punt intern nog verder overlegd moet worden.
Historische Context
Dit document dateert uit de eerste winter van de Duitse bezetting in Nederland (1940-1941). De term "ligplaats" wijst op een nautische context, waarschijnlijk een gemeentelijk havenbedrijf of een watersportvereniging. De datum van juni 1940 als startpunt voor de restitutie suggereert dat de aanvrager mogelijk door de oorlogsomstandigheden (de invasie in mei 1940 en de daaropvolgende beperkingen) geen gebruik heeft kunnen maken van zijn ligplaats en daarom zijn geld terugvraagt. De ambtelijke weerstand illustreert de bureaucratische zorgvuldigheid (of starheid) in een tijd van schaarste en veranderende regels.