Officieel schrijven (afschrift) van de Rijksinspectie voor de Bescherming van de Bevolking tegen Luchtaanvallen.
Origineel
Officieel schrijven (afschrift) van de Rijksinspectie voor de Bescherming van de Bevolking tegen Luchtaanvallen. 25 september 1940. De Waarnemend Rijksinspecteur (Van Batenburg), afschrift gecertificeerd door de Secretaris van Amsterdam (Van Lier). [Links boven, handgeschreven/stempel:]
Wly N° 96/11/2 M. 1940 9/10
[Rechts boven, handgeschreven:]
Markten
[Hoofding:]
No. 1200/1449^b KABINET van den BURGEMEESTER
Afschrift.
RIJKSINSPECTIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE BEVOLKING TEGEN LUCHTAANVALLEN
Heerengracht 23 Telefoonnummer 183815
No. 19.1053.58 's-Gravenhage, 25 September 1940.
Onderwerp:
Voetgangerslantaarns.
[Handgeschreven aantekeningen in het midden:]
ni Dir v.w.
H-Sigma
As Jukma
17/9
[In rode cirkel:]
W. Brouwer
[Eronder:]
St
[Tekst:]
Ter voorkoming voor zoover mogelijk van moeilijkheden, welke het gevolg kunnen zijn van het feit dat goedgekeurde voetgangerslantaarns nog niet in den handel verkrijgbaar zijn, wordt door mij het volgende bepaald:
Tot wederopzegging toe kan door het personeel van overheidsdiensten en overheidsbedrijven zoo noodig in de buitenlucht gebruik worden gemaakt van een aan de voorzijde van den romp aan te brengen electrische hanglantaarn mits boven de lichtdoorlatende opening dezer lamp een kapje wordt aangebracht, dat een hoek van 45 graden met het vlak van de lichtdoorlatende opening maakt en dat deze opening over 3/4 van haar hoogte afschermt.
De kleur van het te bezigen licht moet zijn wit of geel. Verwacht kan worden dat goedgekeurde voetgangerslantaarns binnenkort in den handel zullen zijn.
DE WND. RIJKSINSPECTIE VOOR DE BESCHERMING
VAN DE BEVOLKING TEGEN LUCHTAANVALLEN,
(get.) Van Batenburg.
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris van Amsterdam,
VAN LIER.
[Onderaan rechts een handgetekende schets van een lantaarn met een kapje, voorzien van de maten:]
45°
3/4 H
[Links onder:]
AAN
Heeren Burgemeesters. Dit document is een administratief besluit uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland. Het illustreert de praktische problemen die ontstonden door de verplichte verduisteringsmaatregelen.
Kernpunten:
1. Schaarste: Er is een tekort aan officieel goedgekeurde "voetgangerslantaarns" (zaklampen met specifieke lichtbundels die niet naar boven schijnen, om navigatie door geallieerde vliegtuigen te voorkomen).
2. Improvisatie: De overheid staat haar eigen personeel toe om standaard elektrische hanglantaarns te modificeren met een zelfgemaakt kapje.
3. Technische specificaties: De instructie is zeer nauwkeurig: het kapje moet een hoek van 45 graden maken en driekwart van de hoogte van de lichtopening afschermen. Dit wordt verduidelijkt met een schets rechtsonder.
4. Lichtkleur: Alleen wit of geel licht is toegestaan; blauw licht (dat vaak geassocieerd wordt met verduistering maar minder zicht geeft) wordt hier niet genoemd voor deze specifieke toepassing. Kort na de inval in mei 1940 werden de verduisteringsvoorschriften in Nederland strenger gehandhaafd. De "Rijksinspectie voor de Bescherming van de Bevolking tegen Luchtaanvallen" (onderdeel van de Luchtbeschermingsdienst) was verantwoordelijk voor deze richtlijnen.
Omdat de industrie nog niet was aangepast aan de massale vraag naar verduisteringsmateriaal, ontstonden er tekorten. Dit document toont de bureaucratische flexibiliteit ("tot wederopzegging toe") om overheidsdiensten (zoals politie, brandweer of gemeentewerken) hun werk in het donker te laten blijven doen zonder de veiligheidsvoorschriften te overtreden. De handgeschreven aantekening "Markten" suggereert dat dit specifieke afschrift was bedoeld voor de Amsterdamse dienst van het marktwezen.