Officiële dienstbrief / circulaire.
Origineel
Officiële dienstbrief / circulaire. 19 september 1940. De Burgemeester van Amsterdam (Feike de Boer). De Wethouder voor de Levensmiddelen (en via hem de hoofden van de onder hem ressorterende diensten). [Links bovenin paars stempel en handgeschreven codes:]
№ 96/12/1 M. 1940 23/9
GEMEENTE AMSTERDAM
[Handgeschreven rechtsboven:]
Markten
in dossier
25/9 [onleesbare paraaf]
H. Boers(?)
Afd. Algemeene Zaken
No. 1200/1449 Kab.Bm.
Amsterdam, 19 September 1940.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.
[Handgeschreven in rode inkt:]
883 Lm. 1940
Hierbij heb ik de eer U te verzoeken de onder U ressorteerende hoofden van gemeentediensten of -bedrijven met het volgende in kennis te stellen.
De waarnemend Inspecteur voor de bescherming van de bevolking tegen luchtaanvallen heeft mij medegedeeld, dat, gezien de slechte ervaringen, welke in het buitenland werden verkregen als gevolg van het gebruik op groote schaal van hand- of zaklantaarns, die uit een luchtbeschermingsoogpunt ontoelaatbaar moeten worden geacht, door hem terzake voorschriften werden vastgesteld, welker lichttechnische en constructieve eischen ten doel hebben een ongeoorloofd te achten gebruik dezer lampen bij voorbaat uit te sluiten.
Het gebruik van niet goedgekeurde hand- of zaklantaarns buiten gebouwen, gedurende het tijdvak van zonsondergang tot zonsopgang, is in het algemeen verboden.
Voor zoover noodig dienen maatregelen te worden getroffen, dat de bij de gemeentelijke diensten c.q. in gebruik zijnde zak- of handlantaarns - voor zoover deze althans buiten gebouwen worden gebezigd - zoo spoedig doenlijk door goedgekeurde lantaarns worden vervangen.
Een opgave van adressen van fabrikanten, die goedgekeurde voetgangerslantaarns in den handel brengen zal zoo spoedig mogelijk worden verstrekt.
De Burgemeester van Amsterdam,
[Handtekening van Feike de Boer]
[Handgeschreven links onderaan:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen, enz. Dit document is een formele instructie vanuit het Amsterdamse stadhuis aan de gemeentelijke diensten. Het kondigt een verbod aan op het gebruik van standaard zaklantaarns in de open lucht tijdens de nachtelijke uren. De burgemeester baseert zich op richtlijnen van de Inspecteur voor de Luchtbescherming.
De kern van het schrijven is dat zaklantaarns die niet aan specifieke technische eisen voldoen (waarschijnlijk wat betreft lichtopbrengst en afscherming naar boven toe), verboden zijn. Gemeentelijke diensten krijgen de opdracht hun huidige materieel direct te vervangen door goedgekeurde "voetgangerslantaarns". De verwijzing naar "ervaringen in het buitenland" duidt op de observatie dat zelfs kleine lichtbronnen vanuit de lucht zichtbaar kunnen zijn voor bommenwerpers, wat het risico op luchtaanvallen voor de stad vergroot. De brief is geschreven in september 1940, ruim vier maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden de verduisteringsmaatregelen (passieve luchtbescherming) strenger aangetrokken. De bezetter en het Nederlandse civiele bestuur wilden voorkomen dat steden 's nachts herkenbare bakens vormden voor de Britse Royal Air Force (RAF), die op weg was naar doelen in Duitsland of de havens.
Feike de Boer was op dat moment nog de zittende burgemeester van Amsterdam; hij zou in maart 1941 worden ontslagen na de Februaristaking en worden opgevolgd door de regeringscommissaris Edward Voûte. Het document illustreert hoe de oorlogsvoering onmiddellijk ingreep in de dagelijkse praktijk van de gemeentelijke overheid en de openbare orde. De handgeschreven aantekening "Markten" suggereert dat dit exemplaar specifiek bedoeld was voor de dienst die toezicht hield op de Amsterdamse markten, waar ook 's ochtends vroeg (vóór zonsopgang) gewerkt werd.