Getypte brief (waarschijnlijk een kopie of doorslag voor het archief).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een kopie of doorslag voor het archief). 1 maart 1941. De Directeur van het Bataljonbureau, Politiebataljon 254. [Handgeschreven in potlood/inkt bovenin:] Verzonden 1/3
[Rechtsboven:] VB/HG.
[Centraal boven:]
het Bataljonbureau,
Politiebataljon 254,
Koloniaal Instituut,
Amsterdam-Oost.
Wijk 18.
[Links:] 8A/36/1 M.
[Rechts:] 1 Maart 1941.
Hiermede heb ik de eer U beleefd te verzoeken aan de in bijgevoegde lijst vermelde ambtenaren van mijn dienst een bewijs te verstrekken, dat zij zich, in verband met de uitoefening van hun functie, tijdens de verboden uren op den openbaren weg mogen bevinden.
De Directeur, De tekst is een formele, ambtelijke aanvraag voor ontheffingen van de avondklok (sperrtijd). De "Directeur" van Politiebataljon 254 verzoekt om bewijzen (zogenaamde Ausweise) voor zijn personeel. Zonder dit bewijs mochten burgers en ambtenaren zich na een bepaald tijdstip niet op straat begeven.
Opvallend is de zeer beleefde, bijna onderdanige toon ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken"), die typerend was voor de ambtelijke correspondentie met de (Duitse of pro-Duitse) autoriteiten in die tijd. De vermelding van het Koloniaal Instituut als standplaats is historisch relevant; dit gebouw werd tijdens de bezetting door diverse politie- en legeronderdelen gevorderd. Dit document dateert van 1 maart 1941, slechts enkele dagen na de Februaristaking (25 en 26 februari 1941). De sfeer in Amsterdam was op dat moment uiterst gespannen. De Duitse bezetter had na de staking de staat van beleg afgekondigd en de avondklok en andere beperkingen streng aangetrokken.
Politiebataljon 254 was een eenheid die nauw samenwerkte met de Duitse Ordnungspolizei. Het feit dat zij ontheffingen nodig hadden voor de "verboden uren" onderstreept hoe de bewegingsvrijheid in de stad volledig werd gecontroleerd door de bezettingsmacht, zelfs voor de uitvoerende macht. De brief geeft een inkijkje in de logistieke en bureaucratische afhandeling van de bezettingsmaatregelen in Amsterdam. Politie
Samenvatting
De tekst is een formele, ambtelijke aanvraag voor ontheffingen van de avondklok (sperrtijd). De "Directeur" van Politiebataljon 254 verzoekt om bewijzen (zogenaamde Ausweise) voor zijn personeel. Zonder dit bewijs mochten burgers en ambtenaren zich na een bepaald tijdstip niet op straat begeven.
Opvallend is de zeer beleefde, bijna onderdanige toon ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken"), die typerend was voor de ambtelijke correspondentie met de (Duitse of pro-Duitse) autoriteiten in die tijd. De vermelding van het Koloniaal Instituut als standplaats is historisch relevant; dit gebouw werd tijdens de bezetting door diverse politie- en legeronderdelen gevorderd.
Historische Context
Dit document dateert van 1 maart 1941, slechts enkele dagen na de Februaristaking (25 en 26 februari 1941). De sfeer in Amsterdam was op dat moment uiterst gespannen. De Duitse bezetter had na de staking de staat van beleg afgekondigd en de avondklok en andere beperkingen streng aangetrokken.
Politiebataljon 254 was een eenheid die nauw samenwerkte met de Duitse Ordnungspolizei. Het feit dat zij ontheffingen nodig hadden voor de "verboden uren" onderstreept hoe de bewegingsvrijheid in de stad volledig werd gecontroleerd door de bezettingsmacht, zelfs voor de uitvoerende macht. De brief geeft een inkijkje in de logistieke en bureaucratische afhandeling van de bezettingsmaatregelen in Amsterdam.