Ambtelijk schrijven / concept-brief
Origineel
Ambtelijk schrijven / concept-brief Onbekend (geparafeerd als D.D.), afdeling W.L.M. [Links boven:]
periodieke
salarisverhogingen
[Rechts boven:]
A’dam, 29/12 1941
W. L. M.
[In rood potlood:] 8A/129/2
[Daaronder in blauw/zwart potlood:] 30/12/41 [onleesbare paraaf]
In verband met het
Besluit van den Bm. i.z. de her-
ziening der loonen en salarissen
(vid. afd. 1 A van het Gemeenteblad
No 487) heb ik de eer u, onder
intrekking van mijn brief dd.
9 Dec. 1941 V. No GA/129/1, M betr.
de periodieke salarisverhogingen
voor het eerste kwartaal 1942
van een vijftal ambtenaren van
het M.W., voor te stellen te verzoeken
wel te willen bevorderen, dat
t. a. v. deze ambtenaren
wordt besloten, zooals op
de in bijlage dezes overgelegden
staat onder „Nieuwe toestand”
wordt voorgesteld.
[Onderaan rechts, paraaf:] D.D.
[In rood potlood links onder:]
5 doork. op
lijst maken Het betreft een interne correspondentie binnen de gemeente Amsterdam betreffende de periodieke salarisverhogingen voor het eerste kwartaal van 1942. De schrijver refereert aan een specifiek besluit van de Burgemeester (Bm.) over de herziening van lonen en salarissen, gepubliceerd in het Gemeenteblad (no. 487).
Opvallend is dat de auteur een eerdere brief van 9 december 1941 intrekt en vervangt door dit schrijven. Het verzoek betreft een vijftal ambtenaren werkzaam bij "het M.W." (vermoedelijk de Dienst der Maatschappelijke Werkverschaffing of Maatschappelijk Werk). De wijzigingen in salaris zijn gespecificeerd in een bijlage onder de kolom "Nieuwe toestand". De rode aantekening onderaan geeft de administratieve instructie om vijf doorslagen (carbonkopieën) van de bijbehorende lijst te maken. Dit document stamt uit december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode stond het bestuur van Amsterdam onder toezicht van de bezetter, en was Edward Voûte door de Duitsers aangesteld als burgemeester. De bureaucratische gang van zaken, zoals de loonadministratie en het publiceren van besluiten in het Gemeenteblad, liep ondanks de oorlogssituatie formeel door.
De afkorting "M.W." in de context van Amsterdamse ambtenaren in oorlogstijd verwijst veelal naar de Dienst der Maatschappelijke Werkverschaffing, een instantie die te maken kreeg met grote administratieve druk door de veranderende sociale wetgeving en de inzet van personeel onder het nieuwe regime. De brief illustreert de continuïteit van de gemeentelijke hiërarchie en de ambtelijke precisie in een roerige periode.