Officiële mededeling/brief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële mededeling/brief van de Gemeente Amsterdam. 22 november 1941. Gemeente Amsterdam. $N^o \underline{=}$ 40/31/1 M.1941 $^{24} / _{11}$
GEMEENTE AMSTERDAM.
No. 2102 a Arb. 1941.
Amsterdam, 22 November 1941.
Onderwerp:
Schaarschte aan pasmunt
bij uitbetaling loonen.
[Handgeschreven parafen rechtsboven, o.a. "v/d S" en "M. M."]
De schaarschte aan pasmunt heeft zoodanige afmetingen aangenomen, dat het uitbetalen van de loonen der werklieden bij verschillende diensttakken moeilijkheden ondervindt.
In verband hiermede zal het noodig zijn een maatregel te treffen, waardoor deze moeilijkheden zullen worden ondervangen.
Deze maatregel kan hierin bestaan, dat bij de eerstvolgende loonuitbetaling het uit te betalen bedrag wordt afgerond tot een veelvoud van f. 0.50 naar boven, terwijl bij de volgende uitbetalingen die afronding zal plaats vinden met inachtneming van het in de vorige week te veel uitbetaalde bedrag.
Een voorbeeld moge een en ander verduidelijken:
1e week: het netto uit te betalen bedrag is f. 30.52; uitbetaald wordt f. 31.---; er is dus f. 0.48 te veel uitbetaald.
2e week: het netto uit te betalen bedrag is f. 30.77; uitbetaald wordt f. 30.50; het te veel uitbetaalde bedrag van de vorige week wordt verminderd met f. 0.27, zoodat overblijft als te veel uitbetaald bedrag f. 0.21;
Aan Heeren Hoofden van
Diensten, Bedrijven en Administratiën.
[Handgeschreven getal rechtsonder: 40] Dit document is een administratieve instructie aan de hoofden van diverse gemeentelijke instanties in Amsterdam. De kern van de zaak is een praktisch probleem: door een tekort aan kleingeld (pasmunt) is het fysiek onmogelijk geworden om de lonen van arbeiders tot op de cent nauwkeurig uit te betalen.
De voorgestelde oplossing is een systeem van afronden en verrekenen. Men rondt het loon naar boven af op halve guldens (f. 0,50). Het bedrag dat de werknemer hierdoor "te veel" ontvangt, wordt bijgehouden in de administratie en bij volgende betalingen weer in mindering gebracht wanneer de berekening dat toelaat. Dit is een creatieve manier om de noodzaak voor kleine munten in het dagelijkse betaalverkeer van de gemeente drastisch te verminderen zonder dat de werknemer op de lange termijn loon verliest. De datum van de brief, 22 november 1941, plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De "schaarschte aan pasmunt" die in de brief wordt genoemd, was een direct gevolg van de oorlogssituatie.
Metalen zoals nikkel, koper en brons waren essentieel voor de oorlogsindustrie (voor de productie van munitie en wapens). De bezetter vorderde deze metalen in, waardoor reguliere munten uit de roulatie verdwenen. Hoewel er alternatieven werden ingevoerd, zoals zinken munten en papieren "zilverbonnen", leidde de overgangsfase en de algemene materiaalschaarste tot grote logistieke problemen bij bedrijven en overheden die grote aantallen mensen contant moesten uitbetalen. Dit document illustreert hoe de lokale bureaucratie in Amsterdam zich probeerde aan te passen aan de steeds nijpender wordende tekorten van het dagelijks leven onder bezetting.