Archiefdocument
Origineel
3e week: het netto uit te betalen bedrag is f.29.16; uitbetaald wordt
f.29.--; het te veel uitbetaalde bedrag bedraagt dan nog
f.0.05;
4e week: het netto uit te betalen bedrag is f.29.07; uitbetaald wordt
f.29.50; het te veel betaalde bedrag wordt f.0.43,
enz.
De gewijzigde uitbetaling brengt geen verandering in het loonbedrag, waarnaar de loonbelasting wordt berekend. (zie het rondschrijven van den Directeur der Gemeentebelastingen, dd. 8 Januari 1941, pag. 6, derde clausule).
Van de volgens vorenaangegeven methode ontstane verschillen bij uitbetaling dient aanteekening te worden gehouden op de loonlijsten, resp. loonboekjes, zoodat de werklieden zich van het verloop der uitbetaling van hun loon kunnen overtuigen.
Indien de uitbetaling der salarissen van de ambtenaren eveneens een dergelijke regeling noodig maakt, zal dienovereenkomstig kunnen worden gehandeld.
Vorenbedoelde regeling zal moeten worden ingetrokken, zoodra in de behoefte aan pasmunt is voorzien.
S./
De Burgemeester van Amsterdam,
(handtekening: Voûte)
de Gemeentesecretaris,
(handtekening: G. F. Franken)
Arb.Z.Stadhuis.
A'dam, Nov.1941.
--- Dit document beschrijft een praktische noodmaatregel voor de uitbetaling van lonen aan arbeiders en ambtenaren van de gemeente Amsterdam. Vanwege een nijpend tekort aan pasmunt (kleingeld) was het niet mogelijk om bedragen tot op de cent nauwkeurig uit te keren.
Kernpunten:
* Afronding: Lonen worden afgerond op ronde bedragen (zoals f.29.-- of f.29.50), waarbij over- en onderbetalingen over de weken heen worden verrekend.
* Fiscale neutraliteit: De tijdelijke afrondingen hebben geen invloed op de officiële loonbelasting; deze blijft gebaseerd op het oorspronkelijke bruto- of nettobedrag.
* Administratie: Om onrust of onduidelijkheid bij het personeel te voorkomen, moeten de verschillen nauwkeurig worden bijgehouden in loonboekjes, zodat werknemers kunnen zien dat de bedragen uiteindelijk kloppen.
* Tijdelijkheid: De regeling vervalt zodra er weer voldoende kleingeld beschikbaar is.
--- Het document dateert uit november 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode ontstond een groot tekort aan metalen muntgeld. De bezetter vorderde koper, nikkel en brons in voor de oorlogsindustrie.
Zilveren en koperen munten verdwenen uit de circulatie doordat mensen ze oppotten (vanwege de intrinsieke metaalwaarde) of omdat ze door de bezetter werden ingenomen en vervangen door zinken munten. Het tekort aan 'pas-munt' was zo groot dat gemeenten en bedrijven vaak creatieve boekhoudkundige oplossingen moesten zoeken om de loonuitbetalingen doorgang te laten vinden.
De ondertekenaar, Edward Voûte, was in 1941 door de bezetter aangesteld als regeringscommissaris (en feitelijk burgemeester) van Amsterdam, nadat de democratisch gekozen gemeenteraad buitenspel was gezet. De afkorting Arb.Z. linksonder staat waarschijnlijk voor "Arbeidszaken". F. Franken G.F. Franken Gemeente Amsterdam Stadhuis