Handgeschreven financieel rekenblad / verzamelstaat.
Origineel
Handgeschreven financieel rekenblad / verzamelstaat. 13. Eenige duurte toeslag
voor gemeentelijk personeel
ambtenaren
1/4 ~~992.83~~ 662.90 v
2 3 ~~331~~ 331.48 v
2 4 331.48 v
x 5 330.94 v
x 6 331.51 v
x 7 322.36
8 322.36
9 322.36
10 322.72
11 322.72
12 324.81
----------
3929.84 3929.84
werklieden.
r 65.50
~~2 * 13.10~~
16.84 -
11.23 -
18.80 -
7.40 -
16.67 -
11.49 -
11.23 -
11.14 -
39 r
~~78~~ x 13.10 510.90
---------- -------
681.20 681.20
-------
4.611.04
=======
13.10
39
-----
117.90
393.
-----
510.90 Het document is een interne administratieve afrekening voor een toeslag die bedoeld was om de gestegen kosten van levensonderhoud op te vangen.
* Ambtenaren: De bedragen worden per periode (vermoedelijk maanden 1 t/m 12) weergegeven. De eerste regel (1/4) suggereert een verzamelbedrag voor de eerste twee maanden van het kwartaal. Er is een waarneembare daling in het maandbedrag na de zesde maand (van ca. 331 naar ca. 322 eenheden). De 'v'-tekens achter de eerste vijf regels duiden op een verificatie of voltooide betaling.
* Werklieden: Hier is de berekening complexer. Naast een basisbedrag (65,50) en enkele individuele bedragen, is er een groepsberekening onderaan de pagina zichtbaar: 39 personen ontvangen elk een toeslag van 13,10, wat resulteert in het bedrag van 510,90.
* Rekenkundig: De optellingen zijn uiterst accuraat. De som van de individuele bedragen voor werklieden plus de groepsbetaling komt exact uit op 681,20. Het eindtotaal van 4.611,04 is de som van de ambtenaren- en werkliedentoeslagen. De term "duurte-toeslag" (ook wel duurtetoeslag) was een standaardbegrip in de Nederlandse overheidshuishouding tijdens en vlak na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Door de oorlogssituatie stegen de prijzen voor eerste levensbehoeften explosief (inflatie), waardoor overheden genoodzaakt waren hun personeel extra te compenseren bovenop het reguliere salaris. De strikte scheiding tussen 'ambtenaren' en 'werklieden' in de administratie was in die periode gebruikelijk en weerspiegelde het verschil tussen personeel met een vaste aanstelling (maandloon) en personeel in loondienst voor uitvoerend werk (vaak weekloon).