Ambtelijke brief/rapportage met financiële bijlage.
Origineel
Ambtelijke brief/rapportage met financiële bijlage. 31 december 1941. De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst, kenmerk VB/HG). [Rechtsboven handgeschreven:] M. Müller [?]
VB/HG.
10/32/2 M.
31 December 1941.
den Heer Wethouder
voor de Financiën,
Raadhuis,
A l h i e r .
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 29 November jl. No. 703/20.3 1941 Afd.Fin. met de daarbij behoorende vragenlijst van de Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten, heb ik de eer U hiermede de gevraagde gegevens ten aanzien van mijn dienst te doen toekomen.
| 1941 | 1942 | |
|---|---|---|
| vraag 3 b. | ||
| Bijdrage voor het luchtbeschermingsongevallenfonds | ƒ 150,- | ƒ 150,- |
| vraag 7. | ||
| Uitkeeringen aan ambtenaren tot wier ontslag de gemeente verplicht werd | " 7.144,50" | 7.695,- |
| vraag 10. | ||
| Verhooging der grondbelasting | " 376,46" | 380,- |
| vraag 15. | ||
| Tijdelijke duurtetoeslag voor gemeentelijk personeel | " 4.611,04" | 4.700,- |
| vraag 19. | ||
| Meerdere uitgaven, welke voortvloeien uit de wijziging der omzetbelasting | " 500,- | " 1.250,- |
| Kosten verband houdende met de ariseering van de dag- en weekmarkten | P.M. | P.M. |
De Directeur, Dit document is een financiële verantwoording van een gemeentelijke dienst aan het college van Wethouders tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De structuur volgt een vragenlijst van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).
Opvallende posten zijn:
1. Luchtbescherming: De bijdrage aan het ongevallenfonds weerspiegelt de oorlogsdreiging en de actieve luchtverdedigingsmaatregelen.
2. Gedwongen ontslagen (vraag 7): Dit is een directe verwijzing naar de zuivering van het ambtenarenapparaat door de bezetter. Het betreft hier de financiële afwikkeling (wachtgeld/uitkeringen) voor ambtenaren die vanwege hun Joodse afkomst of politieke overtuiging moesten worden ontslagen.
3. Ariseering (vraag 19): De term "ariseering" (arisering) duidt op het proces waarbij Joden uit het economische leven werden verdreven. In dit geval gaat het om de markten, waar Joodse kooplieden werden geweerd. Dat hiervoor een post "P.M." (Pro Memorie) is opgenomen, geeft aan dat de kosten nog niet precies becijferd konden worden, maar wel administratief werden vastgelegd. Het document dateert van december 1941, een periode waarin de anti-Joodse maatregelen in Nederland steeds driester en systematischer werden. De ambtelijke taal in het document is kil en zakelijk, wat illustreert hoe de uitsluiting en vervolging van de Joodse bevolking werd geïntegreerd in de normale gemeentelijke bureaucratie.
De "ariseering" van de markten volgde op een reeks verordeningen die Joden verbood om aan het openbare leven en de handel deel te nemen. Dit document vormt een tastbaar bewijs van hoe lokale overheden meewerkten aan de uitvoering van het nationaalsocialistische beleid, zelfs op het niveau van de dag- en weekmarkten. Tevens laat de post over de ontslagen ambtenaren zien hoe de gemeente financieel belast werd door het uitvoeren van de discriminerende bezettingsmaatregelen.