Financieel overzicht / Begrotingsnotitie.
Origineel
Financieel overzicht / Begrotingsnotitie. Gedateerd "1940". [Rechtsboven:]
IV
==
Volgens de begrooting 1940.
Ontvangsten
markt- en standplaats- en
ventgelden . . . . . . . . . . . f 166.000-
Diversen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50-
Verhaal pensioen . . . . . . . . . . 5332~
----------------
f 171.382 —
Uitgaven
Kosten van markten
(door Dienst Marktwezen
betaald) . . . . . . . f 76.900-
Pensioenlasten f 17.013.-
Rente . . . . . . . . . . . 4.562.-
aflossing . . . . . . . . 7.484
---------- 29.059 , 106.159.-
----------------
voordelig verschil 64.623 -
Een eventueele reductie zou de ontvangsten
doen verminderen met f 40000 of 26.500 -
en de uitgaven doen verminderen met 3.800- 3.800-
---------- ----------
Het voordelig verschil zou dus lager worden 36.200 / 22.700-
± f 36000.- per jaar
= f 3000.- " maand. Het document is een interne begrotingsnotitie die de financiële status van de marktexploitatie in 1940 weergeeft. De opbouw is als volgt:
- Bovenste deel: Een overzicht van de begrote inkomsten (totaal f 171.382) tegenover de uitgaven (totaal f 106.159). De uitgaven zijn onderverdeeld in directe exploitatiekosten door de "Dienst Marktwezen" en kapitaallasten (pensioenen, rente en aflossing). Dit resulteert in een begroot surplus ("voordelig verschil") van f 64.623.
- Opmerking bij de transcriptie: Er zit een kleine rekenfout in het originele document; de optelsom van de uitgaven (76.900 + 29.059) zou 105.959 moeten zijn, maar de schrijver noteert 106.159.
- Onderste deel: Een scenario-analyse voor een "eventueele reductie" (waarschijnlijk een verlaging van de marktgelden). Er worden twee scenario's doorgerekend waarbij de inkomsten dalen met ofwel f 40.000 of f 26.500, terwijl de uitgaven slechts marginaal dalen met f 3.800.
- Conclusie: De notitie becijfert dat bij een grotere reductie de winstgevendheid met ongeveer f 36.000 per jaar zou dalen, wat neerkomt op f 3.000 per maand. Het jaar 1940 is historisch cruciaal voor Nederland vanwege de Duitse inval in mei. Deze notitie lijkt echter betrekking te hebben op de reguliere gemeentelijke financiën zoals die aan het begin van het jaar (of kort daarvoor) werden voorzien. Het gebruik van termen als "Dienst Marktwezen" duidt op een gemeentelijke administratie, waarschijnlijk van een grote stad (gezien het volume van f 166.000 aan marktgeld). De berekeningen suggereren een discussie over tariefverlaging voor kooplieden, waarbij de administratie de budgettaire gevolgen van dergelijke verlagingen in kaart bracht. De handgeschreven stijl en de Romeinse "IV" wijzen erop dat dit een bijlage was bij een groter rapport of een bestuursvoorstel.