Archief 745
Inventaris 745-346
Pagina 126
Dossier 15
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief op officieel briefpapier van een vereniging.

15 juli 1940.

Origineel

Getypte brief op officieel briefpapier van een vereniging. 15 juli 1940. [Links boven: Logo/Wapen met leeuwen]
MARKTKOOPLIEDENVEREENIGING
[Rechts boven in kader:] GEM. GIRO M. 3850
[Handgeschreven in blauwe inkt:] Nº 20/29/1 M 1940 17/2
„VOORUITGANG ZIJ ONS DOEL”

[In kader links:]
OPGERICHT 2 JUNI 1934
KON. GOEDGEK. 1 MEI 1936
SECR. A. N. PRINS
WIJTTENBACHSTRAAT 61 OOST
TELEFOON 5-3-8-2-7
No.
ONDERWERP:
verz. ontheff. bet. marktverlicht.

AMSTERDAM, 15 Juli 1940 19.......

Den WelEdel Heer Directeur
Marktwezen
Jan van Galenstraat
Alhier.

[Handgeschreven krabbels/parafen in de rechterkantlijn]

WelEdel Heer

Het Bestuur van bovengenoemden Organisatie brengt U met meesten beleefdheid onder Uw geeërden aandacht, dat het U bekend is, dat voor de standplaatshouders welke een plaats op een der electrisch verlichten markten hier ter stede bezetten, een hooger marktgeld wordt berekend.
Ook is het U bekend, dat sinds enkele maanden voor hen die des Zaterdags een standplaats op een dezer markten bezetten geen licht wordt ontstoken en deze kooplieden toch de verhoogden prijs moeten betalen.
Zoo het zich laat aanzien, zullen binnenkort, met het oog op het vroeger invallen der duisternis, de markten ook vroeger moeten ontruimd zijn, waardoor er minder gelegenheid voor de verkoop ontstaat, alsook onbillijk zou zijn het sinds langen tijd niet verbruikte stroomrecht te moeten betalen.
Daar dezer dagen in de Gemeenteraad een kwestie aanhangig is gemaakt, dit met het oog op het vastrechttarief voor huishoudelijk gebruik, om te komen tot een andere regeling in prijsberekening, zou het ons inziens te billijken zijn, dat Uw Dienst tegelijkertijd dezen marktverlichtingkwestie ter sprake bracht, opdat het mogelijk zal worden, dat voor de electrisch verlichte markten, tot nader order, marktgelden worden geheven gelijkluidend met deze van de markten welke niet electrisch licht bezitten.
Meenende, dat U ons verzoek zult billijken en de noodige medewerking in deze zult verleenen, zeggen wij reeds bij voorbaat onzen buitengewone dank voor dien gelegenheid.

Met meesten hoogachting,
namens het Bestuur

[Handgeschreven handtekening: G. ....]
[Handgeschreven handtekening: A. Prins] In deze brief protesteert de Marktkoopliedenvereniging tegen de onredelijkheid van de markttarieven in Amsterdam. De kern van het betoog is dat kooplieden op 'elektrisch verlichte markten' een hoger staangeld betalen, terwijl die verlichting in de praktijk al maanden niet meer wordt gebruikt.

De vereniging voert drie argumenten aan:
1. Onterechte kosten: Er wordt betaald voor een dienst (licht) die niet wordt geleverd.
2. Economische schade: Door de naderende winter en de noodzaak om markten bij het vallen van de avond te ontruimen, wordt de verkooptijd korter, wat de inkomsten drukt.
3. Precedent: Er loopt op dat moment een discussie in de Gemeenteraad over de verlaging van het vastrechttarief voor huishoudens. De vereniging vraagt de Dienst Marktwezen om deze lijn door te trekken naar de marktgelden.

De brief is formeel en beleefd van toon, maar dringt aan op een snelle gelijkstelling van de tarieven met die van niet-verlichte markten. De datum van de brief, 15 juli 1940, is cruciaal voor het begrijpen van de situatie. Nederland was op dat moment twee maanden bezet door nazi-Duitsland. De reden dat de lichten op de markt "sinds enkele maanden" niet meer werden ontstoken, was de strikte verduisteringsplicht die direct na de inval was ingesteld. Dit moest voorkomen dat geallieerde vliegtuigen steden als navigatiepunten konden gebruiken.

Voor de marktkooplieden betekende de bezetting een dubbele last: enerzijds werden hun werktijden beperkt door de verduistering en de spertijd, en anderzijds bleven de vaste lasten (gebaseerd op vooroorlogse voorzieningen zoals elektrische verlichting) onveranderd hoog. De brief illustreert hoe belangenorganisaties direct na het begin van de bezetting probeerden de economische gevolgen van de nieuwe oorlogswerkelijkheid voor hun leden te verzachten. De genoemde Jan van Galenstraat was de locatie van de Centrale Markthallen in Amsterdam, waar het bureau van het Marktwezen was gevestigd.

Samenvatting

In deze brief protesteert de Marktkoopliedenvereniging tegen de onredelijkheid van de markttarieven in Amsterdam. De kern van het betoog is dat kooplieden op 'elektrisch verlichte markten' een hoger staangeld betalen, terwijl die verlichting in de praktijk al maanden niet meer wordt gebruikt.

De vereniging voert drie argumenten aan:
1. Onterechte kosten: Er wordt betaald voor een dienst (licht) die niet wordt geleverd.
2. Economische schade: Door de naderende winter en de noodzaak om markten bij het vallen van de avond te ontruimen, wordt de verkooptijd korter, wat de inkomsten drukt.
3. Precedent: Er loopt op dat moment een discussie in de Gemeenteraad over de verlaging van het vastrechttarief voor huishoudens. De vereniging vraagt de Dienst Marktwezen om deze lijn door te trekken naar de marktgelden.

De brief is formeel en beleefd van toon, maar dringt aan op een snelle gelijkstelling van de tarieven met die van niet-verlichte markten.

Historische Context

De datum van de brief, 15 juli 1940, is cruciaal voor het begrijpen van de situatie. Nederland was op dat moment twee maanden bezet door nazi-Duitsland. De reden dat de lichten op de markt "sinds enkele maanden" niet meer werden ontstoken, was de strikte verduisteringsplicht die direct na de inval was ingesteld. Dit moest voorkomen dat geallieerde vliegtuigen steden als navigatiepunten konden gebruiken.

Voor de marktkooplieden betekende de bezetting een dubbele last: enerzijds werden hun werktijden beperkt door de verduistering en de spertijd, en anderzijds bleven de vaste lasten (gebaseerd op vooroorlogse voorzieningen zoals elektrische verlichting) onveranderd hoog. De brief illustreert hoe belangenorganisaties direct na het begin van de bezetting probeerden de economische gevolgen van de nieuwe oorlogswerkelijkheid voor hun leden te verzachten. De genoemde Jan van Galenstraat was de locatie van de Centrale Markthallen in Amsterdam, waar het bureau van het Marktwezen was gevestigd.

Kooplieden in dit dossier 78

A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Hagenaar Zwanenburgwal ziet geen kans momenteel zijn brood op de markt te verdienen
Aäron van Praag Uilenburg blijft voorloopig in steun
Bijdrage voor het luchtbeschermingsongevallenfonds
C. Heilbron meerdere Kan voorloopig plaats niet innemen. Geen handel.
C. Heilbron meerdere Kan voorloopplaats niet innemen. Geen handel. *34 Amb*
C.H. Roelofs Uilenburg idem
C. van Kampen Uilenburg idem
v. Kampen Uilenburg idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem *11/6 - Amb 95*
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Korthoef Uilenburg idem
G.A. Mol Uilenburg idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem *P.D. 35*
G.H. Tap Uilenburg idem
G.H. Tap Uilenburg idem
G.S. Tonglet Waterlooplein idem
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun.
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun. *35 Amb*
H. Schouten Waterlooplein idem
H. Schouten Waterlooplein idem
B.H. Bluhm Uilenburg idem
I.B.H. Bluhm *onb* Uilenburg idem *25/1-68. Wanth. b. 78 I*
J.C. Serrarens Uilenburg idem
J.C. Serrarens Uilenburg idem
Alle 78 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1