Administratieve notitie op een voorgedrukt formulier ("Bijblad").
Origineel
Administratieve notitie op een voorgedrukt formulier ("Bijblad"). [Linksboven, in stempel/kader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 20/4/1 1941
DOORGEZONDEN: 10/1 - '41
[Hoofdtekst, handgeschreven in zwarte inkt]
Laatste alinea moet m.i. ont-
kennend worden beantwoord. Het
verbruik per marktkoopman individueel
is immers niet bekend. M.i. kan
Hr. Müller wel per markt opmaken
hetgeen in 1940 minder aan stroom is uitgegeven, dan
in 1939. Dit zou dan over het aantal vaste markt-
kooplieden kunnen worden omgeslagen. En dan zal
blijken, hetgeen in brief 8 october jl reeds is ge-
schreven nl. dat een en ander slechts een uiterst
geringe reductie uitmaakt, welke voor de koop-
lieden geen enkel belang heeft.
[Paraaf] 13/1 41
[Onderaan, handgeschreven in rode inkt]
Hr. Müller reeds bezig met opstelling van regeling
bedoeld in korte alinea
14-1-41
[Paraaf] Dit document is een intern administratief advies over het verrekenen van energiekosten voor marktkooplieden. De schrijver reageert op een voorstel (waarschijnlijk vervat in een eerdere "laatste alinea") en adviseert dit negatief te beantwoorden.
De kern van het argument is dat het individuele stroomverbruik van marktkooplieden niet wordt gemeten en dus onbekend is. In plaats daarvan wordt voorgesteld om de totale besparing op stroomverbruik van een hele markt (vergelijking tussen 1939 en 1940) te middelen over het aantal vaste standplaatshouders ("omslagen"). De schrijver verwacht echter dat de resulterende korting ("reductie") zo minimaal zal zijn dat deze voor de kooplieden verwaarloosbaar is.
In de rode aantekening wordt gemeld dat een zekere "Hr. Müller" al bezig is met het opstellen van een regeling voor dit vraagstuk. De brief is geschreven in januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode begon de schaarste aan brandstoffen en energie merkbaar te worden, wat leidde tot strengere regelgeving en besparingsmaatregelen (zoals de vergelijking tussen het verbruik in 1939 en 1940 suggereert).
Het formulier "Alg. Zaken Model No. 14" wijst op een gemeentelijke of provinciale administratie (mogelijk Amsterdam, gezien de veelvoorkomende aard van dit soort documenten in dat archief). "Hr. Müller" was vermoedelijk een ambtenaar of beheerder belast met marktwezen of energievoorziening. De discussie over "geringe reductie" duidt op een poging om administratieve lasten te beperken voor bedragen die er financieel nauwelijks toe deden. M. No Marktwezen
Samenvatting
Dit document is een intern administratief advies over het verrekenen van energiekosten voor marktkooplieden. De schrijver reageert op een voorstel (waarschijnlijk vervat in een eerdere "laatste alinea") en adviseert dit negatief te beantwoorden.
De kern van het argument is dat het individuele stroomverbruik van marktkooplieden niet wordt gemeten en dus onbekend is. In plaats daarvan wordt voorgesteld om de totale besparing op stroomverbruik van een hele markt (vergelijking tussen 1939 en 1940) te middelen over het aantal vaste standplaatshouders ("omslagen"). De schrijver verwacht echter dat de resulterende korting ("reductie") zo minimaal zal zijn dat deze voor de kooplieden verwaarloosbaar is.
In de rode aantekening wordt gemeld dat een zekere "Hr. Müller" al bezig is met het opstellen van een regeling voor dit vraagstuk.
Historische Context
De brief is geschreven in januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode begon de schaarste aan brandstoffen en energie merkbaar te worden, wat leidde tot strengere regelgeving en besparingsmaatregelen (zoals de vergelijking tussen het verbruik in 1939 en 1940 suggereert).
Het formulier "Alg. Zaken Model No. 14" wijst op een gemeentelijke of provinciale administratie (mogelijk Amsterdam, gezien de veelvoorkomende aard van dit soort documenten in dat archief). "Hr. Müller" was vermoedelijk een ambtenaar of beheerder belast met marktwezen of energievoorziening. De discussie over "geringe reductie" duidt op een poging om administratieve lasten te beperken voor bedragen die er financieel nauwelijks toe deden.