Archiefdocument
Origineel
9 augustus 1941. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke marktdienst of administratie). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Handgeschreven, rechtsboven:] U. de Leeuw
[Handgeschreven, midden boven:] Verzonden 11/8
[Rechtsboven:] D/G.
[Linksboven:]
15/1/2 M
n 3
[Midden rechts:] 9 Augustus 1941.
[Midden links:]
Vermindering marktgeld
i.v.m. verduistering.
[Midden rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 6
dezer om advies ontvangen stukken no. 757 L.M.1941 heb ik de
eer U te berichten, dat het gestelde in den zich onder de
stukken bevindenden brief van de Directie van het Gemeente
Energiebedrijf d.d. 30 Juli jl., dat de verbruikte electrici-
teit met de kooplieden, aan wie een plaats op de markten is
aangewezen, wordt verrekend, niet juist is. Op de markten
hier ter stede bestaat geen afzonderlyke heffing voor het
feit, dat de kramen electrisch kunnen worden verlicht. Al-
leen is het marktgeld op de markten, waar dit kan geschieden,
volgens de heffingsverordening hooger, dan op de markten,
waar geen electrische verlichting bestaat.
Omtrent de onderhavige aangelegenheid heb ik, naar
aanleiding van een verzoek van de Venters- en Marktkooplie-
den-Vereeniging "Ons Belang" in mijn brief van 8 October 1940
No. 20/29/4 M een uitgebreid advies uitgebracht, waarna op
het verzoek door den toenmaligen Wethouder voor de Levens-
middelen afwyzend is beschikt (vide brief d.d. 17 October
1940 no. 890 L.M.1940). De betreffende aangelegenheid is
daarna nog behandeld in myn rapport d.d. 7 Februari jl. no.
20/4/2 M in antwoord op een vraag van den toenmaligen Wet-
houder voor de Levensmiddelen, opgenomen in zyn brief d.d. 8
Januari jl. No. 890 L.M.1940. Kortheidshalve moge ik thans
naar deze correspondentie verwyzen.
Ik geef U derhalve beleefd in overweging op het
onderhavige verzoek afwijzend te beschikken.
[Rechtsonder:] De Directeur,
--- * Inhoud: De Directeur adviseert de Wethouder voor de Levensmiddelen om een verzoek tot verlaging van het marktgeld af te wijzen. Dit verzoek was ingediend omdat de marktkooplieden hun kramen niet meer elektrisch mochten verlichten vanwege de oorlogsmaatregelen.
* Kernargument: De afzender weerlegt een bewering van het Gemeente Energiebedrijf dat elektriciteit apart wordt verrekend met de kooplieden. Hij stelt dat er geen aparte stroomheffing is, maar dat het marktgeld volgens de verordening simpelweg hoger is op locaties waar de faciliteit (elektrische verlichting) aanwezig is, ongeacht het feitelijke gebruik.
* Precedentwerking: De Directeur verwijst naar eerdere afwijzingen van soortgelijke verzoeken van de vereniging "Ons Belang" uit 1940 om zijn standpunt te onderbouwen.
* Stijl: De brief is geschreven in een formele, ambtelijke stijl, kenmerkend voor de Nederlandse administratie in de eerste helft van de 20e eeuw (gebruik van de naamvallen 'den', 'der' en verouderde spelling zoals 'hooger' en 'verwyzen').
--- * Tijdsbeeld: Het document dateert van augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
* Verduistering: De "verduistering" in de titel verwijst naar de dwingende maatregel van de bezetter om alle lichten 's avonds en 's nachts te doven of af te schermen, zodat geallieerde bommenwerpers geen oriëntatiepunten hadden. Dit had directe gevolgen voor de handel op de markten in de vroege ochtend- of late middaguren.
* Voedselvoorziening: De rol van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in oorlogstijd cruciaal vanwege de toenemende schaarste en de invoering van het distributiestelsel (de bonnen).
* Belangenvereniging: "Ons Belang" was een reële vereniging voor ambulante handelaren die trachtte de economische schade voor haar leden door de oorlogsmaatregelen te beperken. De overheid toonde zich hier, zoals uit dit document blijkt, vaak onvermurwbaar onder verwijzing naar bestaande reglementen.